Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013

Originele publicatie downloaden:
Link naar originele publicatie:
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
dinsdag 17 december 2019



Verordening tot negende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013

 

De raad van de gemeente Vlissingen;

 

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2019, nummer 1147514;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de "Verordening tot negende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013":

 

 

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013 wordt gewijzigd als volgt.

 

A. Artikel 2:40 luidt als volgt:

 

Artikel 2:40 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

  • 2.

    Complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers: een inrichting, niet zijnde een woning, gericht op het tijdelijk verblijven van (inter)nationale werknemers.

 

 

B. Artikel 2:41 luidt als volgt:

 

Artikel 2:41 Melding exploitatie

Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk melding te doen bij het college.

 

 

C. Er wordt een nieuw artikel 2:41a aan afdeling 9 toegevoegd, dat luidt als volgt:

 

Artikel 2:41a Vergunning exploitatie complexgewijze huisvesting (inter)nationale werknemers

  • 1.

    Het is verboden complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers te exploiteren zonder exploitatievergunning van het college.

  • 2.

    Het college weigert de exploitatievergunning als bedoeld in het eerste lid, indien:

    • a.

      De vestiging of de exploitatie van de complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers in strijd is met een geldend bestemmingsplan;

    • b.

      de aanvrager, voor zover het een natuurlijke persoon betreft, of in het geval de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon de bestuurder dan wel zijn gevolmachtigde daarvan, of de beheerder van het complex:

      - geen verklaring omtrent gedrag overlegt die ten hoogste drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;

      - onder curatele staat dan wel uit het ouderlijk gezag of voogdij ontzet is;

      - in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    • c.

      redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn.

  • 3.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college de exploitatievergunning onder voorwaarden (tijdelijk) verlenen, indien:

    • a.

      de aanvraag aan alle gestelde indieningsvereisten voldoet.

    • b.

      de aanvraag op basis van de systematiek voor de verdeling van exploitatievergunningen voor complexgewijze huisvesting een vergunning heeft toegekend gekregen.

    • c.

      naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers op ontoelaatbare wijze niet nadelig wordt beïnvloed. Het college houdt daarbij rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers is of zal zijn gelegen, de aard van de complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

  • 4.

    Het college weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid of trekt deze geheel in wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd of wanneer sprake is van: het benutten van voordelen uit strafbare feiten en het plegen van strafbare feiten.

  • 5.

    Het college trekt de exploitatievergunning in indien niet aan de gestelde voorwaarden zoals in de verleende exploitatievergunning staan vermeld wordt voldaan.

  • 6.

    Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.

 

D. Er wordt een nieuw artikel 2:41b aan afdeling 9 toegevoegd, dat luidt als volgt:

 

Artikel 2:41b Beleidsregels voor toekenning exploitatievergunning

Het college stelt beleidsregels op voor de verkrijging van de vergunning bedoeld in artikel 2:41a.

 

E. Artikel 6:1, eerste lid, luidt als volgt:

 

Artikel 6:1 Strafbepaling

  • 1.

    Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: 2:1; 2:2; 2:5; 2:8; 2:11; 2:12; 2:16; 2:17; 2:18; 2:24; 2:25; 2:27; 2:29; 2:30; 2:33; 2:34; 2:41a, 2:42; 2:44; 2:63; 2:64; 2:65; 2:65a; 2:70; 2:73; 2:81; 2:82; 2:83; 2:85; 2:88; 2:91; 3.4; 3:6; 3:8; 3:9; 3:10; 3:11; 4:4; 4:7; 4:7a; 5:2; 5:3; 5:12; 5:14; 5:17; 5:18; 5:35; 5:35a.

 

Artikel II

Deze verordening wordt aangehaald als “de negende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013” en treedt na bekendmaking in het elektronische gemeenteblad van de gemeente Vlissingen in werking op 1 januari 2020.

 

drs. A.R.B. van den Tillaar

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2019.

De raad voornoemd,

de griffier,

mr. F. Vermeulen

de voorzitter,