Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

Bijdrageverordening RUD Zeeland 2017

Originele publicatie downloaden:
Link naar originele publicatie:
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
maandag 29 oktober 2018





Bijdrageverordening RUD Zeeland 2017

Besluit van het algemeen bestuur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland d.d. 20 maart 2017, houdende de vaststelling van de verordening inzake uitgangspunten voor de toerekening van kosten (Bijdrageverordening RUD Zeeland 2017)

 

Het algemeen bestuur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland,

Gelet op

  • -

    artikel 35 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;

  • -

    artikel 44, eerste lid van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;

 

Overwegende

  • -

    dat voor de berekening van de kosten van de bijdragen van de deelnemers van RUD Zeeland de uitgangspunten worden vastgelegd in een verordening;

  • -

    dat in het Rapport PxQ, zoals vastgesteld in het algemeen bestuur van 20 maart 2017 de uitgangspunten voor de toerekening van de bijdrage van de deelnemers zijn vastgelegd; 

 

Gelezen

het voorstel van het dagelijks bestuur van 6 maart 2017

 

Besluit

vast te stellen:

Bijdrageverordening RUD Zeeland 2017

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

  • a.

    In deze verordening wordt verstaan onder: a. deelnemers: de rechtspersonen achter de aan de regeling deelnemende bestuursorganen, te weten de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Middelburg, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen alsmede de provincie Zeeland en het waterschap Scheldestromen;

  • b.

    generieke kosten: betreffen de indirecte kosten ten behoeve van het primaire proces. Deze kosten worden jaarlijks gespecificeerd in de begroting;

  • c.

    genormeerde producten: producten uit de Producten- en Dienstencatalogus waarvoor in de Producten- en Dienstencatalogus zowel een kental (uren per product) als een frequentie is opgenomen. Deze producten hebben een vast tarief. Dit geldt voor zowel basis-, niet basis- en plustaken;

  • d.

    niet genormeerde producten: producten uit de Producten- en Dienstencatalogus waarvoor in de Producten- en Dienstencatalogus en/of geen kental (uren per product) en/of geen frequentie is opgenomen. Deze producten worden op basis van werkelijk bestede uren verrekend. Dit geldt voor zowel basis-, niet basis- en plustaken;

  • e.

    overhead kosten: betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Deze kosten worden jaarlijks gespecificeerd in een bijlage in de begroting;

  • f.

    Producten- en Dienstencatalogus: Producten- en Dienstencatalogus zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 22 september 2014 dan wel een opvolgende recentere vastgestelde versie; g. PxQ-rapport: PxQ-rapport zoals vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. 20 maart 2017;

  • g.

    regeling: de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland;

  • h.

    uitvoeringsdienst: Regionale uitvoeringsdienst Zeeland.

Hoofdstuk 2 Bijdragen en vergoedingen

Artikel 2 Grondslag voor bijdragen en vergoedingen

Elke deelnemer die door de uitvoeringsdienst basistaken, en voor zover van toepassing niet basistaken en plustaken, laat uitvoeren, is een bijdrage voor deze taken verschuldigd aan de uitvoeringsdienst.

Artikel 3 Vaststelling van het volume voor de uitvoering van basis-, en niet basis- en plustaken

 

  • 1.

    Het volume voor de uitvoering van de genormeerde basis- en, voor zover van toepassing, voor niet basistaken wordt berekend aan de hand van vastgestelde kentallen en frequenties zoals opgenomen per product in de Producten- en Dienstencatalogus van het jaar t-1 en het inrichtingenbestand per 1 april van het jaar t-1.

  • 2.

    Het volume voor de uitvoering van de genormeerde plustaken wordt berekend aan de hand van vastgestelde kentallen en frequenties zoals opgenomen per product in de Producten- en Dienstencatalogus van het jaar t-1 en indien van toepassing aan de hand van het inrichtingenbestand per 1 april van het jaar t-1.

  • 3.

    Het volume voor de uitvoering van de niet-genormeerde basis- en, voor zover van toepassing, voor niet basistaken wordt geraamd op basis van afname van het jaar t-2.

  • 4.

    Het volume voor de uitvoering van niet genormeerde plustaken wordt geraamd door de uitvoeringsdienst. Bij deze raming wordt uitgegaan van een continuering van afname van de niet genormeerde plustaken van de deelnemer of deelnemers van het jaar t-2, aangevuld met de niet genormeerde plustaken waarvan de deelnemer aangeeft dat zij deze willen afnemen bij de uitvoeringsdienst.

  • 5.

    In afwijking van het in het eerste en tweede lid gestelde wordt voor het jaar 2017 en 2018 het volume van de genormeerde basis-, niet basis- en plustaken berekend aan de hand van vastgestelde kentallen en frequenties zoals opgenomen in het PxQ-rapport.

  • 6.

    In afwijking van het in het derde en vierde lid gestelde wordt voor het jaar 2017 en 2018 het volume van de niet genormeerde basis-, niet basis- en plustaken berekend aan de hand van de in het PxQ-rapport opgenomen ramingen.

Artikel 4 Tarief voor basis-, niet basistaken en plustaken

  • 1.

    Het uurtarief is een optelsom van de salariskosten per uur, de overhead per uur en de generieke kosten per uur.

  • 2.

    Het tarief voor de genormeerde basis-, niet basis- en plustaken wordt bepaald door het aantal genormeerde uren per product te vermenigvuldigen met het daarbij behorende uurtarief.

  • 3.

    Het tarief voor niet genormeerde basis-, niet basis- en plustaken is gelijk aan het uurtarief van de voor taak ingezette medewerker.

  • 4.

    De tarieven worden jaarlijks aangepast aan de algemene loon- en prijsontwikkeling.

  • 5.

    In aanvulling op het vorige lid kunnen de tarieven ook buiten de algemene loon- en prijsontwikkeling worden aangepast.

 

 

Artikel 5 Tarievenblad

 

  • 1.

    De tarieven zoals opgenomen in artikel 4 worden vastgelegd in een tarievenblad.

  • 2.

    Jaarlijks stelt het algemeen bestuur een tarievenblad voor het jaar t vast voorafgaand aan het jaar waar de tarieven betrekking op hebben.

 

Artikel 6 Berekening bijdrage

 

  • 1.

    De jaarlijkse bijdrage voor de genormeerde basis-, en voor zover van toepassing genormeerde niet basistaken bedraagt de som voor alle geraamde producten van de in artikel 4, lid 2 genoemde tarieven. Deze jaarlijkse bijdrage wordt tussentijds niet bijgesteld.

  • 2.

    De jaarlijkse bijdrage voor de genormeerde plustaken bedraagt de som voor alle geraamde producten van de in artikel 4, lid 2 genoemde tarieven. Deze jaarlijkse bijdrage wordt tussentijds niet bijgesteld.

  • 3.

    De jaarlijkse bijdrage voor niet genormeerde basis en niet basistaken wordt berekend aan de hand van het daadwerkelijk aantal te leveren uren vermenigvuldigd met het in artikel 4, derde lid, genoemde tarief. De jaarlijkse bijdrage hiervoor wordt afgerekend op basis van werkelijke uren inzet.

  • 4.

    De jaarlijkse bijdrage voor niet genormeerde plustaken wordt berekend aan de hand van het daadwerkelijk aantal te leveren uren vermenigvuldigd met het in artikel 4, derde lid, genoemde tarief. De jaarlijkse bijdrage hiervoor wordt afgerekend op basis van werkelijke uren inzet.

Artikel 7 Facturering en betaling

 

  • 1.

    De betaling van de jaarlijkse bijdrage voor basistaken en, voor zover van toepassing, voor niet basistaken en plustaken vindt plaats in 12 maandelijkse termijnen met dien verstande dat de deelnemer iedere 15e van de maand de eerstvolgende maand 1/12 deel van de bijdrage betaalt voor af te nemen basistaken en, voor zover van toepassing, 1/12 deel van de bijdrage voor niet basistaken en plustaken.

  • 2.

    In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, wordt na elk boekjaar op 15 maart de eindfactuur opgemaakt voor de uitgevoerde niet genormeerde basistaken en, voor zover van toepassing, voor niet basistaken en plustaken in het voorafgaande boekjaar.

Artikel 8 Overschotten en tekorten Jaarrekening

  • 1.

    Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten van de taken in het kader van de vennootschapsbelasting. Een overschot op wettelijke taken wordt eerst toegevoegd aan de algemene reserve voor zover de norm voor het weerstandsvermogen niet gerealiseerd is. Het alsdan resterende overschot wordt aan de opdrachtgevers terugbetaald. De verrekening vindt plaats op basis van de relatieve bijdragen van de deelnemers in de uitvoeringsdienst . Ten aanzien van andere taken wordt door opdrachtgevers een integrale kostprijs betaald, zodat hier geen overschot wordt behaald.

  • 2.

    Tekorten bij het opstellen van de jaarrekening worden met de deelnemers verrekend op basis van hun relatieve bijdragen in de uitvoeringsdienst.

     

Artikel 9 Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin sprake is van omstandigheden of wijzigingen waarin deze verordening niet voorziet besluit het dagelijks bestuur, na overleg met de betreffende deelnemer of deelnemers.

 

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 10 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Bijdrageverordening Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland 2017.

Artikel 11 Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het blad gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van RUD Zeeland d.d. 20 maart 2017.

De Voorzitter De Secretaris

De heer A.G. van der Maas De heer ing. A. van Leeuwen MPA

Toelichting  

Algemeen

In artikel 44 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland is opgenomen dat het algemeen bestuur een bijdrageverordening vaststelt. In de bijdrageverordening dienen de uitgangspunten voor de toerekening van de kosten vastgelegd te worden.

De uitgangspunten voor de toerekening van de kosten zijn vastgelegd in het rapport ‘PxQ RUD Zeeland 2016, Verrekensystematiek Zeeuws Kwaliteitsniveau, Versie 23 augustus 2016’ (verder: PxQ-rapport). In het PxQ-rapport zijn de taken vastgelegd die door de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland voor de deelnemers worden uitgevoerd, met het daarbij behorende kwaliteitsniveau. Dit kwaliteitsniveau wordt gevormd door het samenstel van (gemiddeld) aan een product te besteden uren, het opleidingsniveau en de minimaal benodigde ervaring van de perso(o)n(en) die aan het product werken en (met name bij de producten op het gebied van toezicht en handhaving) de frequentie waarmee deze producten dienen te worden uitgevoerd. In deze bijdrageverordening wordt vastgelegd welke bijdragen de deelnemers, voor het uitvoeren van de in het PxQ-rapport vastgelegde taken, verschuldigd zijn.

In het algemeen bestuur van 31 oktober 2016 is het voorgenomen besluit genomen de PxQ-systematiek, zoals weergegeven in het PxQ-rapport, in te voeren.

Op 20 maart 2017 heeft het algemeen bestuur besloten de PxQ-systematiek, zoals weergegeven in het PxQ-rapport, in te voeren.

In deze bijdrageverordening worden de uitgangspunten uit het PxQ-rapport formeel vastgelegd.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1: Begripsbepalingen De begripsbepalingen duiden de in de verordening gebruikte termen. Voor termen die reeds in artikel 1 Gemeenschappelijke Regeling RUD Zeeland zijn gedefinieerd wordt hiernaar verwezen. In de Producten- en Diensten Catalogus (verder: PDC) zijn, net als in het PxQ-rapport, de taken vastgelegd die door RUD Zeeland voor de deelnemers worden uitgevoerd, met het daarbij behorende kwaliteitsniveau. In tegenstelling tot het PxQ-rapport is de PDC een dynamisch document. Dit houdt in dat, indien nodig, de PDC jaarlijks herzien zal worden. In het PxQ-rapport is aangegeven dat de PxQ-systematiek geëvalueerd zal worden. Deze evaluatie kan aanleiding geven tot het aanpassen van de voorwaarden waaronder één of meerdere producten worden uitgevoerd. Hierbij kan met name gedacht worden aan de tijdsbesteding per product. In het PxQ-rapport is deze gebaseerd op ramingen, die samen met de deelnemers zijn opgesteld, en door de deelnemers gedragen worden. Het is de bedoeling onder andere deze ramingen te vervangen door ervaringscijfers.

De generieke – en overhead kosten betreffen feitelijk alle kosten die niet direct gemaakt worden voor de uitvoering van de primaire taken. Deze primaire taken zijn het uitvoeren van de basis-, niet basis- en plustaken. Voor het effectief en efficiënt uitvoeren van het primaire proces zijn deze echter benodigd.

 

Artikel 2: Grondslag voor bijdragen en vergoedingen

Dit artikel geeft invulling aan artikel 46 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland, dat bepaalt dat de deelnemers er zorg voor dragen dat RUD Zeeland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. De uitwerking vindt plaats in de daarop volgende artikelen.

 

Artikel 3: Vaststelling van het volume voor de uitvoering van basistaken, niet basistaken en plustaken

In dit artikel wordt vastgelegd hoe het volume van de basistaken en niet basistaken wordt vastgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen genormeerde en niet genormeerde basis- en niet basistaken. Het volume van de genormeerde basis- en niet basistaken wordt berekend door de kentallen (zijnde de gemiddelde tijdsbesteding per product) te vermenigvuldigen met de frequentie waarin deze producten geraamd worden. In de jaren 2017 en 2018 worden hiervoor de kentallen en frequenties gehanteerd die in het PxQ-rapport zijn opgenomen. In de daaropvolgende jaren worden hiervoor de kentallen en frequenties gehanteerd die in de PDC van het jaar daarvoor zijn opgenomen. De frequenties zijn in het PxQ-rapport en in de PDC weergegeven als percentages van het inrichtingenbestand van het jaar daarvoor.

Het volume van de niet genormeerde basis- en niet basistaken kan niet exact berekend worden. Daarom wordt er van uitgegaan dat dit initieel volume gelijk blijft aan de voorgaande jaren, tenzij door de betreffende deelnemer(s) is aangegeven dat dit gewijzigd dient te worden.

Het volume van de plustaken kan niet exact berekend worden. Daarom wordt er van uitgegaan dat dit initieel volume gelijk blijft aan de voorgaande jaren, tenzij door de betreffende deelnemer(s) is aangegeven dat dit gewijzigd dient te worden.

 

Artikel 4: Tarief voor basis-, niet basis en plustaken

Hier wordt aangegeven hoe het uurtarief tot stand komt. Voor de genormeerde basis-, niet basis- en plustaken wordt aangegeven dat het tarief per product tot stand komt door de gemiddelde tijdsbesteding per product te vermenigvuldigen met het uurtarief. Het tarief voor de niet genormeerde basis-, niet basis- en plustaken komt overeen met het uurtarief van de voor de taak in te zetten medewerker.

 

Artikel 5: Tarievenblad

Deze tarieven worden jaarlijks vastgelegd in een tarievenblad. Dit tarievenblad wordt jaarlijks aangepast aan de algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling. De mogelijkheid wordt geboden zo nodig de tarieven aan te passen buiten de algemene loonontwikkeling en prijsontwikkeling.

 

Artikel 6: Berekening bijdrage

Dit artikel bepaalt hoe de bijdrage voor de genormeerde basis-, niet basis- en plustaken per deelnemer bepaald wordt. Deze bijdrage per deelnemer is onafhankelijk van de hoeveelheid producten die gedurende dat jaar daadwerkelijk geleverd worden.

Dit artikel bepaalt hoe de bijdrage voor de niet genormeerde basis-, niet basis- en plustaken per deelnemer bepaald wordt. Deze bijdrage wordt jaarlijks verrekend op basis van de gedurende dit jaar daadwerkelijk ingezette uren.

 

Artikel 7: Facturering en betaling

In dit artikel wordt bepaald dat de jaarlijkse bijdrage betaald dient te worden in maandelijkse termijnen. Voor 15 maart van het daaropvolgende jaar wordt de eindfactuur opgemaakt.

Naast de in deze bijdrageverordening genoemde bijdragen ma(a)k(t)(en) een (aantal) deelnemer(s) jaarlijks materieel budget over aan de RUD. Deze materiële budgetten worden niet meegenomen in de in dit artikel bedoelde eindfactuur.

 

Artikel 8: Overschotten en tekorten Jaarrekening

In artikel 46 van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland is opgenomen dat de deelnemers er zorg voor dragen dat RUD Zeeland te allen tijde over voldoende middelen beschikt. In lid 1 wordt een verdeelsleutel vastgelegd waarmee een eventueel overschot met de deelnemers wordt verrekend. Hiermee wordt, in overeenstemming met de Belastingdienst, voorkomen dat RUD Zeeland vennootschapsbelastingplichtig is.

Met het vaststellen van de Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing RUD Zeeland 2018 op 9 juli 2018 door het algemeen bestuur is de norm van het weerstandsvermogen bepaald. De daadwerkelijke risico’s kunnen van jaar tot jaar fluctueren. Daarbij kan de situatie zich in enig jaar voordoen dat de benodigde weerstandscapaciteit lager is dan het voorgaande jaar en daarmee de algemene reserve lager mag zijn. In die specifieke situatie wordt het tekort ten laste van de algemene reserve gebracht voor zover de algemene reserve niet daalt onder het vereiste niveau.

Tekorten bij het opstellen van de jaarrekening worden ten laste van de algemene reserve gebracht voor zover de vereiste norm voor het weerstand

In lid 2 wordt vastgelegd dat middels dezelfde verdeelsleutel een eventueel tekort wordt verrekend.

 

Artikel 11: Bekendmaking en inwerkingtreding

De verordening wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd en treedt daarna in werking. De facto is deze verordening voor het eerst van toepassing voor het begrotingsjaar 2017.