Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

Procedure

Hoe gaat het opstellen van een bestemmingsplan in de praktijk? De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten om hun grondgebied te voorzien van actuele bestemmingsplannen. Dat houdt in dat de gemeente een bestemmingsplan eens in de 10 jaar moet herzien. Ook kan de aanleiding zijn dat een bepaald stuk grond in ontwikkeling moet worden gebracht. Of dat de gemeente in een bepaald gebied ongewenste ontwikkelingen wil tegengaan.

Voorbereiding

Het gebied waarvoor een (nieuw) bestemmingsplan moet komen wordt geïnventariseerd. Vaak wordt in dat stadium al overlegd met wijkplatforms, bewoners en bedrijven in het plangebied. Deze fase is vooral bedoeld om elkaars wensen en ideeën te inventariseren. Bij het opstellen van het voorontwerpbestemmingsplan wordt uitgezocht of de gewenste ontwikkelingen haalbaar en betaalbaar zijn.

Voorontwerp

Als het voorbereidingstraject afgerond is, neemt het college van B&W een beslissing of zij het bestemmingsplan vrijgeven voor inspraak. Hoewel het bieden van inspraak niet verplicht is, kiest de gemeente Vlissingen er in veel gevallen wel voor om in te kunnen spreken op een voorontwerpbestemmingsplan. Een voorontwerpbestemmingsplan wordt gepubliceerd op de pagina Officiële bekendmakingen en indien nodig ook in het weekblad de Vlissingse Bode. Het plan ligt 6 weken voor een ieder ter inzage in de hal van het stadhuis. 
Inwoners, organisaties en instellingen kunnen een inspraakreactie indienen. Iedereen die een reactie heeft ingezonden, krijgt bericht van wat de gemeente er mee gedaan heeft en hoe de procedure wordt vervolgd. Ook moet advies gevraagd worden aan provinciale diensten en andere overheidsinstellingen. Deze reacties moeten ook in het bestemmingsplan worden opgenomen.

Ontwerpbestemmingsplan

Als de inspraakreacties en de reacties uit het overleg met andere diensten en instellingen zijn verwerkt, dan wordt het plan voortaan 'ontwerpbestemmingsplan' genoemd. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening wordt het ontwerpbestemmingsplan 6 weken in het stadhuis ter inzage gelegd. Ook kunt u het plan inzien op de pagina Officiële bekendmakingen en op de website  www.ruimtelijkeplannen.nl.
Inwoners, organisaties en instellingen kunnen laten weten wat ze na publicatie van het ontwerpbestemmingsplan vinden. Alle ideeën, op- en aanmerkingen die in deze periode naar voren worden gebracht (worden 'zienswijzen'genoemd) worden samengevat en voorzien van een reactie. Indien mogelijk en gewenst wordt het ontwerpbestemmingsplan aangepast.

Vaststelling

Na afloop van de periode van 6 weken is de gemeenteraad aan zet. Deze moet binnen 12 weken een beslissing nemen over vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan. Overigens is dit een termijn van orde, ook na het verstrijken van die termijn blijft de gemeenteraad bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen.
De gemeenteraad kan afwijken van het voorstel van burgemeester en wethouders. Ook kan zij zelfstandig besluiten om bepaalde onderdelen van het bestemmingsplan anders (gewijzigd) vast te stellen.

Beroep

Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad, kunnen belanghebbenden gedurende een termijn van 6 weken bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een beroepschrift indienen. Degenen die een beroepschrift hebben ingediend, kunnen ook een 'verzoek om voorlopige voorziening' (een schorsingsverzoek) indienen bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Als binnen de gestelde 6 weken geen beroepschrift is ingediend, dan is het plan na afloop van de inzagetermijn onherroepelijk en treedt het in werking;
  • Is er wel een beroepschrift ingediend dan treedt het plan ook in werking, maar is het nog niet onherroepelijk. Dat is pas het geval als de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft beslist op het ingediende beroepschrift;
  • Wordt er naast het beroepschrift ook een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, dan treedt het plan pas in werking als de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak op dit verzoek heeft beslist. Wijst hij het verzoek af, dan treedt het plan in werking (maar is het nog niet onherroepelijk, omdat eerst nog op het beroepschrift moet worden beslist). Wijst hij het verzoek toe, dan treedt het plan niet in werking (het is dan geschorst, totdat op het beroep is beslist).