Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

De dagelijkse praktijk

 

Het kabinet heeft maatregelen genomen in de aanpak van het coronavirus. De afgelopen maanden is dit gebeurd door maatregelen via een Noodverordening te laten gelden voor de verschillende Veiligheidsregio’s.
Per 1 december 2020 geldt de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19, bepaald bij het besluit van 26 november 2020. Voor de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 is een ministeriële regeling vastgesteld, de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19. De voornaamste zaken waar we in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben, staan in deze regeling.

Verzwaring maatregelen

Op 14 december 2020 kondigde premier Rutte een verzwaring aan van de maatregelen. Hiervoor is de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 aangepast.
Op 2 februari 2021 heeft de premier aangegeven, dat de verzwaring van de maatregelen nog niet kan eindigen op 9 februari 2021. De lockdown wordt verlengd tot 3 maart 2021. Meer informatie vindt u op de volgende websites.

Op 23 februari 2021 gaf premier Rutte aan dat er ruimte is voor versoepelingen vanaf 3 maart 2021. Meer informatie hierover vindt u op de website van de Rijksoverheid.


Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19

Artikel 1.1 begripsbepalingen

In artikel 1.1 worden de begripsbepalingen aangegeven die in deze regeling gebruikt worden. De belangrijkste zijn als volgt. 

  • Besloten binnenruimte: besloten plaats, met uitzondering van een daarbij behorend erf en een woning;
  • Contactberoep: beroep waarbij het niet mogelijk is ten minste de veilige afstand te houden tot een klant of patiënt;
  • Doorstroomlocatie: publieke plaats waar sprake is van doorstroom van publiek;
  • Eet- en drinkgelegenheid: inrichting waar bedrijfsmatig of anders dan om niet etenswaren of dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse. Inclusief een daarbij behorend terras, met uitzondering van een besloten plaats;
  • Gezondheidscheck: het verkrijgen van bevestiging van de betrokkene dat hij geen ziekteverschijnselen van covid-19 heeft;
  • Mondkapje: voorwerp dat op grond van zijn ontwerp bestemd is om te worden gedragen en in ieder geval de mond en de neusgaten volledig te bedekken. Om zodoende de verspreiding van virussen en andere ziektekiemen tegen te gaan;
  • Onderwijsactiviteit: door of namens een onderwijsinstelling georganiseerde activiteit op de locatie van een onderwijsinstelling of daarbuiten, die onderdeel uitmaakt of rechtstreeks verband houdt met het onderwijs dat door de onderwijsinstelling wordt verzorgd;
  • Publiek: personen die ergens aanwezig zijn, met uitzondering van de daar al dan niet tegen betaling werkzame personen;
  • Publieke binnenruimte: publieke plaats, met uitzondering van een erf dat bij een voor het publiek openstaand gebouw hoort;
  • Veiligeafstandsnorm: de norm, bedoeld in artikel 58f, eerste lid, van de wet;
  • Wet: Wet publieke gezondheid;
  • Winkel: publieke plaats waar in overwegende mate goederen plegen te worden verkocht;
  • Zelfstandige ruimte: ruimte die aan alle zijden volledig wordt begrensd door bouwkundige scheidingsconstructies.


Hoofdstuk 2. Aanvullende uitzonderingen veiligeafstandsnorm

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de veiligeafstandsnorm en de uitzonderingen hierop. Enkele artikelen zijn uitgelicht.

Artikel 2.1

Artikel 2.1 gaat over leerlingen en personen onder de 18 jaar oud.

Artikel 2.2

Artikel 2.2 gaat over de afstand bij beroepsmatige werkzaamheden.

  • De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen bij de uitoefening van hun beroep, voor zover werkzaamheden in het kader van de uitoefening van dat beroep noodzakelijk zijn en niet op gepaste wijze kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van de veilige afstand en degenen jegens wie zij hun werkzaamheden uitoefenen.

Artikel 2.3

Artikel 2.3 gaat over de afstand bij podiumkunsten.

  • De veiligeafstandsnorm geldt niet voor personen die podiumkunsten beoefenen of acteren, voor zover deze activiteiten niet op gepaste wijze kunnen worden uitgeoefend met inachtneming van de veilige afstand.

Artikel 2.4

Artikel 2.4 gaat over de zorgvrijwilligers.

Artikel 2.5

Artikel 2.5 gaat over praktijk- en contactonderwijs.


Hoofdstuk 3. Groepsvorming

In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de groepsvorming zoals die toegestaan is/wordt. Enkele artikelen zijn uitgelicht.

Artikel 3.1

Artikel 3.1 geeft op dit moment regels over groepsvorming boven de 4 personen. Dit is op dit moment niet toegestaan op (lid 1):

  • Een openbare plaats;
  • Een erf behorende bij een publieke plaats;
  • Een erf behorende bij een besloten plaats, niet zijnde een woning.

Uitzonderingen op dit verbod zijn er ook (lid 2), maar benoemen we op deze plaats niet apart.
Lid 3 wordt ingevoegd. Hierin staat aangegeven dat in afwijking van het eerste lid, van 15 december 2020 tot en met 19 januari 2021 de groepsvorming niet 4 personen betreft maar 2 personen. Deze regels gelden tot en met 15 maart 2021.

Artikel 3.2

Artikel 3.2 geeft aan dat het in besloten binnenruimten op dit moment niet is toegestaan zich in een groepsverband op te houden met meer dan 30 personen per zelfstandige ruimte (lid 1). Uitzonderingen op dit verbod zijn er ook (lid 2), maar benoemen we op deze plaats niet apart.


Hoofdstuk 4. Publieke plaatsen

In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de specifieke voorwaarden die gelden op publieke plaatsen. Enkele artikelen zijn uitgelicht.

Artikel 4.1

Artikel 4.1 geeft de algemene voorwaarden voor openstelling van publieke plaatsen aan.
Een publieke plaats wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat:

  • Degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruik maakt;
  • Stromen van publiek gescheiden worden;
  • Hygiënemaatregelen worden getroffen.

Artikel 4.a.1 gaat over de sluiting van publieke plaatsen.

Onverminderd artikel 58h 2e lid van de wet en artikel 4.4, 1e en 3e lid, worden van 15 december 2020 tot en met 15 maart 2021 geen andere publieke plaatsen voor publiek opengesteld dan de volgende.

  1. Locaties waar personen worden gehoord in verband met een bezwaarschrift of administratief beroep;
  2. Overheidsgebouwen met een publieksfunctie of een loket;
  3. Locaties gericht op zakelijke of financiële dienstverlening;
  4. Servicepunten voor het versturen of ontvangen van brieven en postpakketten, mits uitsluitend voor die functie geopend voor publiek;
  5. Winkels in de levensmiddelenbranche;
  6. Locaties waar een warenmarkt in de levensmiddelenbranche plaatsvindt, uitsluitend voor die functie;
  7. Groothandels voor levering ten behoeve van personen in de uitoefening van beroep of bedrijf;
  8. Voedselbanken en kledingbanken, uitsluitend voor die functie en dierenvoedselbanken;
  9. Dierenspeciaalzaken;
  10. Publieke plaatsen waar het beroep van dierenarts wordt uitgeoefend;
  11. Drogisterijen;
  12. Apotheken;
  13. Opticiens;
  14. Audiciens;
  15. Tankstations; 
  16. Wasserijen;
  17. Stomerijen;
  18. Locaties voor reparatie en onderhoud van goederen;
  19. Bibliotheken waar uitsluitend sprake is van het ophalen van bestelde of gereserveerde artikelen. Of het terugbrengen van artikelen;
  20. Publieke plaatsen waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de basisregistratie personen, met een adres in de gemeente waar dit verblijf wordt aangeboden. Echter mits geen etenswaren of dranken aan de gasten worden geserveerd en mits deze publieke plaatsen als zodanig opgenomen zijn in het register van de Kamer van Koophandel of een soortgelijk erkend register;
  21. Luchthavens;
  22. Openbaar vervoer en ander bedrijfsmatig personenvervoer, mits het vervoer primair de verplaatsing van de ene naar de andere locatie behelst en het vervoer geen recreatieve activiteit is;
  23. Stations, halteplaatsen, of andere bij het openbaar vervoer of ander bedrijfsmatig personenvervoer behorende voorzieningen en de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften;
  24. Parkeergarages;
  25. Fietsenstallingen;
  26. Winkels buiten, als daar uitsluitend bloemen verkocht worden;
  27. Locaties waar een contactberoep, voor zover toegestaan op grond van artikel 6.8, wordt uitgeoefend;
  28. Zorglocaties;
  29. Locaties waar besloten en georganiseerde dagbesteding plaatsvindt voor kwetsbare groepen;
  30. Winkels voor zorg- en welzijnshulpmiddelen;
  31. Publieke sanitaire voorzieningen;
  32. Locaties waar topsporters sport beoefenen en stadions waar voetballers, bedoeld in artikel 6.1, voetballen;
  33. Locaties waar een plechtigheid plaatsvindt ten behoeve van huwelijksvoltrekkingen, een registratie van een partnerschap of een uitvaart;
  34. Locaties waar gevaccineerd wordt tegen of getest wordt op het virus SARS-CoV-2, uitsluitend voor die functie;
  35. Locaties die worden gebruikt voor de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, uitsluitend voor die functie;
  36. Locaties die worden gebruikt voor onderwijsactiviteiten door instellingen voor voortgezet onderwijs;
  37. Buitenspeeltuinen zonder winstoogmerk die worden beheerd of geëxploiteerd door een gemeente, vereniging, stichting of groep individuen zonder rechtspersoonlijkheid en zijn gericht op de betreffende buurt, wijk of gemeente. Mits gebouwen gesloten blijven, met uitzondering van de bij de buitenspeeltuin behorende toiletvoorzieningen;
  38. Locaties voor het behalen van praktijkcertificaten van proeven van praktische bekwaamheid die benodigd zijn voor de uitoefening van een beroep op bedrijf, uitsluitend voor die functie;
  39. Andere winkels, andere locaties met een winkelfunctie en winkels en locaties, uitsluitend voor zover het een andere functie betreft. Waar bestelde of gereserveerde artikelen worden opgehaald of is gereserveerd in een bepaald tijdvak, voor zover toegestaan op grond van het tweede of derde lid.

- Onverminderd het 1e en 3e lid, mogen winkels en locaties met een winkelfunctie slechts voor publiek worden opengesteld als de beheerder er zorg voor draagt dat:

  1. Uitsluitend bestelde of gereserveerde artikelen gespreid over de dag worden opgehaald, tenminste 4 uur na de bestelling of reservering daarvan;
  2. Publiek de winkel of locatie met winkelfunctie niet betreedt;
  3. Meerdere tijdvakken van telkens maximaal één uur zijn vastgesteld. Die zodanig worden gespreid over de openingstijd dat ter plaatse geen oploop van publiek kan ontstaan en waarbinnen de artikelen worden opgehaald;
  4. De artikelen door slechts één persoon per bestelling of reservering worden opgehaald;
  5. Niet meer personeel in de winkel of locatie met winkelfunctie aanwezig is dan strikt noodzakelijk is voor de afgifte van artikelen;
  6. Het afhaalpunt een sobere uitstraling heeft.

- Onverminderd het 1e en 2e lid, mogen winkels en locaties met een winkelfunctie slechts voor publiek worden opengesteld als de beheerder er zorg voor draagt dat:

  1. Publiek de winkel of locatie met een winkelfunctie alleen betreedt ten minste 4 uur nadat aantoonbaar gereserveerd is voor aankomst in een bepaald tijdvak;
  2. Publiek alleen in het vooraf aantoonbaar gereserveerde tijdvak wordt toegelaten in de winkel of locatie met een winkelfunctie;
  3. Meerdere tijdvakken van telkens minimaal 10 minuten zijn vastgesteld, die elkaar niet overlappen. En die zodanig worden gespreid over de openingstijd dat ter plaatse geen oploop van publiek kan ontstaan;
  4. Slechts 1 persoon per reservering wordt binnengelaten;
  5. Slechts 2 personen per verdieping per tijdvak worden binnengelaten;
  6. Niet meer personeel in de winkel of locatie met een winkelfunctie aanwezig is dan strikt noodzakelijk is voor de verkoop van artikelen;
  7. In de winkel of locatie met een winkelfunctie, uitsluitend activiteiten plaatsvinden die zijn gekoppeld aan het directe verkoopproces.

Deze regels gelden tot en met 15 maart 2021.

Artikel 4.2

Artikel 4.2 geeft aan dat een publieke binnenruimte slechts voor publiek opgesteld wordt, indien per zelfstandige ruimte ten hoogste 30 personen als publiek aanwezig zijn. Uitzonderingen op dit verbod zijn er ook (lid 2), maar benoemen we op deze plaats niet apart.

Artikel 4.3

Artikel 4.3 geeft aan, dat voor doorstroomlocaties gewerkt moet worden met een reservering voor een bepaald tijdvak.

Artikel 4.4

Artikel 4.4 geeft aan dat eet- en drinkgelegenheden en de daarbij behorende dansvoorzieningen niet voor publiek mogen worden opgesteld (lid 1). 
In lid 2 worden de volgende uitzonderingen op dit verbod gegeven.

  1. Eet- en drinkgelegenheden, met uitzondering van daarbij behorende dansvoorzieningen, in een hotel voor gasten die daadwerkelijk in het hotel overnachten;
  2. Eet- en drinkgelegenheden waar uitsluitend sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan ter plaatse. Mits de inrichting tussen 1.00  uur en 7.00 uur gesloten is en de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt;
  3. Eet- en drinkgelegenheden in een uitvaartcentrum of in een andere locatie waar een plechtigheid plaatsvindt voor een uitvaart;
  4. Eet- en drinkgelegenheden in pret- en dierenparken, waar uitsluitend sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid;
  5. Eet- en drinkgelegenheden in zorglocaties voor patiënten en cliënten en bezoekers van patiënten en cliënten;
  6. Eet- en drinkgelegenheden die zich bevinden op luchthavens na de securitycheck.

- Lid 3 geeft aan dat lid 1 en lid 2, aanhef en onder b ook van toepassing zijn op coffeeshops. Mits deze gesloten is voor publiek tussen 20.00 uur en 7.00 uur.
- Lid 4 geeft aan dat de onderdelen a. en d. van het 2e lid niet gelden van 15 december 2020 tot en met 15 maart 2021.
- Lid 5 geeft aan dat de afhaalfunctie van eet- en drinkgelegenheden als bedoeld in het 2e lid (onder b), is gesloten tussen 20.45 uur en 7.00 uur zolang artikel 6.15 geldt. 

Artikel 4.5

Artikel 4.5 gaat over de sluitingstijd van winkels.

  1. Een winkel wordt tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet voor publiek opengesteld;
  2. Als een winkel als stemlokaal dient of wordt gebruikt voor de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet dan wel de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, geldt het 1e lid niet voor zover het de uitvoering van de verkiezingen betreft;
  3. Het 1e lid is niet van toepassing op:
    a. Een apotheek;
    b. Een winkel in een tankstation, voor zover het de verkoop betreft van brandstof en smeermiddelen voor voer- of vaartuigen en benodigdheden voor gebruik, reiniging of spoedeisende reparaties van voer- of vaartuigen. Alsmede accessoires daarvoor en warme dranken;
    c. Een winkel in een tankstation, voor zover het de verkoop betreft van andere goederen dan als bedoeld onder b;
    d. Een andere winkel in de levensmiddelenbranche dan als bedoeld onder c;
  4. Een winkel in de levensmiddelenbranche als bedoeld in het 3e lid (onder c en d), tenzij het een winkel als bedoeld in onderdeel d van dat lid betreft die zich bevindt op een luchthaven na de securitycheck, wordt tussen 20.45 uur en 4.30 uur niet voor publiek opengesteld zolang artikel 6.15 geldt.

Artikel 4.6

Artikel 4.6 geeft aan dat een supermarkt ten minste 2 keer per dag een uur beschikbaar moet stellen voor mensen die zichzelf beschouwen als oudere of als kwetsbare persoon.

Artikel 4.7

Artikel 4.7 geeft aan dat een publieke plaats slechts voor publiek wordt opengesteld, als daar tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken wordt verstrekt.


Hoofdstuk 5. Evenementen

In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op evenementen.

Artikel 5.1

Artikel 5.1 geeft het volgende aan.

  1. Evenementen worden niet georganiseerd.
     
  2. Het 1e lid geldt niet voor:
    a. Evenementen die behoren tot de reguliere exploitatie van die ruimte en plaatsvinden tussen 6.00 uur en 1.00 uur in:
    - Publieke binnenruimten;
    - Besloten binnenruimten.
    b. Huwelijksvoltrekkingen, registraties van partnerschappen en uitvaarten;
    c. Warenmarkten;
    d. Beurzen en congressen.
     
  3. Onverminderd de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 4.1, wordt een evenement als bedoeld in het 2e lid (onder a, b of d) slechts georganiseerd als de organisator:
    a. Werkt met reserveringen voor ten hoogste 4 personen per reservering;
    b. Het publiek placeert in groepen van ten hoogste 4 personen, tenzij het om personen gaat die vallen onder een uitzondering als bedoeld in artikel 3.1 2e lid;
    c. Bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck uitvoert;
    d. Hygiënemaatregelen treft.
     
  4. In afwijking van het 3e lid onder a, b en c, is de organisator van een evenement waarbij sprake is van doorstroom van publiek verplicht ervoor zorg te dragen, dat het publiek vooraf reserveert voor aankomst in een bepaald tijdvak en alleen wordt toegelaten in het vooraf gereserveerde tijdvak;
     
  5. In afwijking van het 2e lid onder c, wordt van 15 december 2020 tot en met 19 januari 2021 in plaats van 'warenmarkten' gelezen:  'warenmarkten in de levensmiddelenbranche'. Deze regels gelden tot en met 15 maart 2021;
     
  6. In afwijking van het 3e lid onder a en b, wordt van 15 december 2020 tot en met 19 januari 2021 in plaats van '4 personen' gelezen: '2 personen'. Deze regels gelden tot en met 15 maart 2021.


Hoofdstuk 6. Bijzondere onderwerpen

In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op bijzondere onderwerpen zoals sport, personenvervoer, contactberoepen en alcoholhoudende drank op openbare plaatsen. Enkele artikelen zijn uitgelicht.

Artikel 6.1

Artikel 6.1 geeft een uitzondering op de veiligeafstandsnorm bij topsport.

Artikel 6.2

Artikel 6.2 geeft een uitzondering voor groepsvorming bij het sporten.

Artikel 6.3

Artikel 6.3 geeft regels inzake sportwedstrijden en toeschouwers bij sporten.

Artikel 6.4

Artikel 6.4 geeft in principe aan dat douches en kleedkamers bij een sportaccommodatie gesloten is (lid 1). Een uitzondering geldt o.a. voor zwemgelegenheden of voor onderwijsactiviteiten van een onderwijsinstelling (lid 2).

  • Er is een lid a1. toegevoegd aan artikel 6.4. Deze is als volgt.
    In afwijking van artikel 4.a1 mogen sportaccommodaties buiten en de bij de sportaccommodatie behorende toiletvoorzieningen worden opengesteld voor publiek, mits geen reserveringen worden aangenomen van meer dan 2 personen van 18 jaar en ouder.
     
  • Tevens is een lid 4 toegevoegd. Deze is als volgt.
    Indien de Regeling van 8 december 2020 van de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot wijziging van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 in verband met een verruiming van de mogelijkheden voor topsporters en het aanbrengen van enkele verbeteringen in werking treedt, geldt het 3e lid niet tot en met 19 januari 2021. Deze regels gelden tot en met 15 maart 2021.

Artikel 6.5

Artikel 6.5 geeft uitzonderingen aan voor het personenvervoer en de veiligeafstandsnorm.

Artikel 6.6

Artikel 6.6 geeft aan dat personen van 13 jaar en ouder in het openbaar vervoer of andere bedrijfsmatige personenvervoer een mondkapje moeten dragen (lid 1). 
Dit geldt niet voor (lid 2):

a. Leerlingen tijdens vervoer van en naar een instelling voor voortgezet onderwijs;
b. Personen tot en met 17 jaar die deelnemen aan vervoer van en naar de locatie waar jongeren jeugdhulp ontvangen of zorglocaties voor jeugd;
c. Personen die het vervoer uitvoeren, voor zover zij zich in een afgesloten ruimte bevinden ten opzichte van de passagiers;
d. Personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen;
e. Begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken en voor personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien;
f. Personen in ander bedrijfsmatig personenvervoer, indien in het voertuig maximaal 2 personen aanwezig zijn;
g. Personen aan wie krachtens een wettelijke bepaling gevraagd wordt hun mondkapje af te zetten om zich te identificeren met een document als bedoeld in artikel 1 van de wet op de identificatieplicht, op het moment van identificatie;
h. Personen waarbij het dragen van een mondkapje de goede en veilige uitoefening van hun werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt.

Artikel 6.7

Artikel 6.7 geeft aan, dat bij ander bedrijfsmatig personenvervoer gewerkt moet worden met een reservering en gezondheidscheck.

  • Artikel 6.7a. geeft aan wanneer een negatieve NAAT-testuitslag bij internationaal openbaar vervoer nodig is en wat de regels hiervoor zijn;
  • Artikel 6.7b. geeft aan wanneer een negatieve NAAT-testuitslag bij lucht- en scheepvaart nodig is en wat de regels hiervoor zijn;
  • Artikel 6.7c. geeft aan wanneer een negatieve antigeentestuitslag bij lucht- en scheepvaart nodig is en wat de regels hiervoor zijn.

Artikel 6.8

Artikel 6.8 geeft regels over het registreren van klanten en patiënten bij contactberoepen.

  1. De beoefenaar van een contactberoep draagt er zorg voor dat klanten en patiënten gereserveerd hebben en bij aankomst een gezondheidscheck is uitgevoerd.
     
  2. De beoefenaar van een contactberoep stelt klanten en patiënten in de gelegenheid de volgende gegevens beschikbaar te stellen, voor de mogelijke uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst: 
    a. Volledige naam;
    b. Datum en aankomsttijd;
    c. E-mailadres;
    d. Telefoonnummer.
     
  3. De beoefenaar van een contactberoep vraagt toestemming voor de verwerking en overdracht van de in het 2e lid bedoelde gegevens voor de uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst. Daarbij wordt vermeld dat het geven van deze toestemming vrijwillig is;
     
  4. De in het 2e lid genoemde gegevens worden op zodanige wijze verwerkt dat daarvan geen kennis kan worden genomen door andere klanten;
     
  5. De in het 2e lid genoemde gegevens worden uitsluitend verwerkt voor de uitvoering van bron- en contactopsporing door de gemeentelijke gezondheidsdienst. Ze worden 14 dagen bewaard en worden daarna vernietigd door de beoefenaar van het contactberoep;
     
  6. Het 1e tot en met 3e lid geldt niet voor zorgverleners, sekswerkers en mantelzorgers;
     
  7. In afwijking van dit artikel geldt van 15 december 2020 tot en met 15 maart 2021 dat het verboden is een contactberoep uit te oefenen, met uitzondering van de uitoefening van het beroep waar tegen betaling zorg wordt verleend op basis van de Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Wet forensische zorg, Wet publieke gezondheid, Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of Jeugdwet. Of in het kader van bloedafname en bloedvoorziening en audiciens, opticiens en dierenartsen.

Artikel 6.9

Artikel 6.9 gaat in op een verbod van alcoholhoudende dranken op openbare plaatsen.

  1. Het is verboden tussen 20.00 uur en 6.00 uur alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet te gebruiken of voor consumptie gereed te hebben op openbare plaatsen;
  2. Het 1e lid geldt niet in woongedeelten van voertuigen of vaartuigen.

Artikel 6.10

Artikel 6.10 gaat in op het verrichten van onderwijsactiviteiten.

  1. Onderwijsinstellingen nemen de generieke kaders voor onderwijsinstellingen van het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu in acht;
  2. Instellingen voor voortgezet onderwijs dragen er zorg voor dat iedere ingeschreven leerling tenminste 1 dag in de week kan deelnemen aan onderwijsactiviteiten op de instelling;
  3. Instellingen voor beroepsonderwijs dragen er zorg voor dat een ingeschreven student 1 dag in de week kan deelnemen aan onderwijsactiviteiten op de instelling;
  4. Het is verboden om onderwijsactiviteiten te verrichten in instellingen voor hoger onderwijs;
  5. Het 3e en 4e lid geldt niet voor:
    a. Afstandsonderwijs;
    b. Praktijkgerichte onderwijsactiviteiten;
    c. Het houden van examens, tentamens en toetsen;
    d. Het begeleiden van studenten in een kwetsbare positie.

Artikel 6.11

Artikel 6.11 gaat in op het openstellen van de kinderopvang.

Het is verboden met ingang van 8 februari 2021 tot en met 14 maart 2021 buitenschoolse opvang als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid van de Wet kinderopvang geopend te hebben, anders dan voor kinderen van een ouder of een voogd die werkt in een cruciaal beroep als bedoeld in bijlage 1. Of kinderen voor wie vanwege bijzondere problematiek of een moeilijke thuissituatie maatwerk nodig is.

Artikel 6.15 Avondklok

Het is van 3 maart 2021 tot en met 15 maart 2021 verboden tussen 21.00 uur en 4.30 uur te vertoeven in de openlucht.

Artikel 6.16 Uitzonderingen zonder formulieren

  1. Artikel 6.15 geldt voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn kennelijke functie, niet voor:
    a. Een politieambtenaar, opsporingsambtenaar, brandweermedewerker of ambulancemedewerker;
    b. Degene die openbaar vervoer of taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, vervoer per luchtvaartuig als bedoeld in artikel 16 van de Luchtvaartwet of personenvervoer per veerboot of passagiersschip verzorgt;
    c. Degene die internationaal vervoer van goederen over de weg, het spoor of het water verzorgt.
     
  2. Artikel 6.15 geldt niet voor degene die in de openlucht vertoeft vanwege:
    a. Een noodsituatie;
    b. Een reis vanuit het buitenland of het Caribisch deel van Nederland;
    c. De omstandigheid dat hij dak- of thuisloos is en geen gebruikmaakt van de beschikbare maatschappelijke opvang;
    d. Het individueel uitlaten van een aangelijnde hond;
    e. Een verplaatsing onder begeleiding als rechtens van zijn vrijheid beroofde.

Artikel 6.17 Uitzonderingen met formulieren 

Artikel 6.15 geldt niet voor de volgende personen.

  1. Degene die in de openlucht vertoeft vanwege noodzakelijke beroepsmatige werkzaamheden anders dan als bedoeld in artikel 6.16, 1e lid, die een naar waarheid ingevulde werkgeversverklaring overlegt waaruit het dienstverband blijkt en de daarmee samenhangende noodzaak voor het vertoeven in de openlucht. Alsmede de verklaring, bedoeld onder 2;
  2. Degene die in de openlucht vertoeft en die een gedagtekende naar waarheid ingevulde eigen verklaring overlegt, waaruit de kennelijke noodzaak blijkt op die tijd op die plek te vertoeven vanwege:
    a. Werk;
    b. Medische hulp aan zichzelf of een dier;
    c. Hulpverlening aan een hulpbehoevende persoon;
    d. Een reis naar het buitenland of het Caribische deel van Nederland;
    e. Het aanwezig zijn bij een uitvaart;
    f. Het als direct betrokkene aanwezig zijn bij een bijeenkomst die plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een rechterlijk ambtenaar. Of waar hij wordt gehoord in verband met een bezwaarschrift of administratief beroep;
    g. Het aanwezig zijn bij een liveprogramma;
    h. Het afleggen van een door een onderwijsinstelling gepland examen of tentamen in het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs;
    i. Het in het eindexamenjaar deelnemen aan een door een onderwijsinstelling verzorgde onderwijsactiviteit in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs;
    j. Het deelnemen aan een door een onderwijsinstelling verzorgde praktijkgerichte onderwijsactiviteit in het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs.

Artikel 6.18 Formulieren en bewijsstukken

  1. De formulieren van de werkgeversverklaring zoals bedoeld in artikel 6.17 (onder 1) respectievelijk de eigen verklaring (bedoeld in artikel 6.17 onder 2), zijn opgenomen als bijlage 2 respectievelijk bijlage 3 bij deze regeling. De formulieren worden door de overheid elektronisch en op papier beschikbaar gesteld;
  2. Indien werkzaamheden als bedoeld in artikel 6.17 (onder 1), niet in loondienst maar door een zelfstandige of door een persoon die geen werkgever heeft worden verricht, wordt de werkgeversverklaring door de zelfstandige of door die persoon ingevuld en geldt die verklaring als de werkgeversverklaring, bedoeld in artikel 6.17 (onder 1);
  3. Een reis als bedoeld in artikel 6.16 (2e lid, onder b) en een reis als bedoeld in artikel 6.17 (onder 2, onder d) gelden slechts als uitzonderingsgrond, als reisbescheiden of andere bescheiden worden overgelegd waaruit die reis blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven;
  4. De aanwezigheid bij een liveprogramma (zoals bedoeld in artikel 6.17, onder 2, onder g), geldt slechts als uitzonderingsgrond als een uitnodiging daartoe wordt overgelegd van de omroep die dit programma uitzendt;
  5. Het afleggen van een examen of tentamen, bedoeld in artikel 6.17 (onder 2, onder h) geldt slechts als uitzonderingsgrond, als een bescheid wordt overgelegd waaruit dat examen of tentamen blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven;
  6. Het deelnemen aan een onderwijsactiviteit, bedoeld in artikel 6.17 (onder 2, onder i) geldt slechts als uitzonderingsgrond, als een bescheid wordt overgelegd waaruit de onderwijsactiviteit blijkt en voorts de noodzaak om op die tijd op die plek te vertoeven;
  7. Het deelnemen aan een praktijkgerichte onderwijsactiviteit, bedoeld in artikel 6.17 (onder 2, onder j) geldt slechts als uitzonderingsgrond, als een bescheid wordt overgelegd waaruit de praktijkgerichte onderwijsactiviteit blijkt en voorts de noodzaak op die tijd op die plek te vertoeven.


Hoofdstuk 7. Overige bepalingen

In hoofdstuk 7 / artikel 7.1 wordt aangegeven wat de uitzonderingen zijn voor religieuze en levensbeschouwelijke gebouwen en plaatsen.

De volgende artikelen van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 vervallen met ingang van 20 januari 2021:

  • Artikel 3.1, 3e lid;
  • Artikel 4.a1;
  • Artikel 4.4., 4e lid;
  • Artikel 5.1, 5e en 6e lid;
  • Artikel 6.4, lid a1 en lid 4;
  • Artikel 6.8, 7e lid.

De paragrafen 6.5 en 6.6 van, en de bijlage bij de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, vervallen met ingang van 18 januari 2021.

Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen COVID-19

Deze regeling geeft een aanvulling of aanpassing op de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 (hierna regeling). De bijzondere aspecten zijn als volgt.

Hoofdstuk 2a mondkapjes publieke binnenruimten, stations, luchthavens, onderwijsinstelling en contactberoepen

Dit hoofdstuk wordt ingevoegd na hoofdstuk 2 van de regeling.

Artikel 2a.1

Artikel 2a.1 geeft de verplichting aan om mondkapjes te dragen in publieke binnenruimten, stationsgebouwen en luchthavens. Hierin staat het volgende aangegeven.

  1. Personen van 13 jaar en ouder dragen een mondkapje in:
    a. Publieke binnenruimten;
    b. Een station, halteplaats, of een andere bij het openbaar vervoer behorende voorziening. En de daarbij behorende perrons, trappen, tunnels en liften, met uitzondering van de daar gelegen besloten plaatsen;
    c. Gebouwen op luchthavens, met uitzondering van de daar gelegen besloten plaatsen.
     
  2. Het 1e lid geldt niet voor:
    a. Personen die geplaceerd zijn en de veiligeafstandsnorm in acht nemen;
    b. Personen als bedoeld in artikel 6.6, 1e lid.

Artikel 2a.2

Artikel 2a.2 geeft een uitleg van de mondkapjesplicht en uitzonderingen in onderwijsinstellingen.

Artikel 2a.3

Artikel 2a.3 bepaald dat zowel de beoefenaar van een contactberoep, de klant of patiënt een mondkapje moeten dragen gedurende het contact (lid 1). In lid 2 worden uitzonderingen op dit verbod gegeven. Het 1e lid geldt niet voor:
a. Personen tot en met 12 jaar;
b. Sekswerkers en hun klanten;
c. Klanten en patiënten die een behandeling krijgen aan hun gezicht, voor zover het contactberoep niet op gepaste wijze uitgeoefend kan worden op het moment dat de klant een mondkapje draagt.

Artikel 2a.4

Artikel 2a.4 geeft de uitzondering voor een mondkapje op vanwege een beperking of ziekte.

  1. De verplichtingen in dit hoofdstuk gelden niet voor personen die vanwege een beperking of een ziekte, geen mondkapje kunnen dragen;
  2. De verplichtingen in dit hoofdstuk gelden mede niet voor begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken. En voor personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien.

Artikel 2a.5

Artikel 2a.5 geeft een uitzondering op het dragen van een mondkapje bij sport, cultuur en media. De verplichtingen in dit hoofdstuk gelden niet voor personen tijdens de volgende activiteiten.

a. Beoefenen van sport, waaronder het zwemmen in een zwembad, voor zover het dragen van een mondkapje de beoefening van de sport belemmert;
b. Beoefenen van podiumkunsten en acteren, voor zover het dragen van een mondkapje de beoefening van de podiumkunsten of het acteren belemmert;
c. Poseren voor beeldende kunst, voor zover het gaat om het op beeld vastleggen van personen;
d. Deelnemen aan de opname van audiovisueel media-aanbod dat verzorgd wordt door aanbieders van mediadiensten (als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Mediawet 2008), voor zover het gaat om personen die in beeld of aan het woord komen.

Let op: het dragen is niet noodzakelijk als dit een belemmering vormt bij de uitoefening van de sport, cultuur of media activiteit. Als het geen belemmering is, dan is een mondkapje wel verplicht bij deze activiteiten.

Artikel 2a.6

Artikel 2a.6 geeft aan dat een mondkapje niet verplicht is op het moment dat er een identificatieplicht is.

Artikel 2a.7

Artikel 2a.7 geeft aan dat de mondkapjesverplichting opgelegd in hoofdstuk 2a niet van toepassing is op personen in zorglocaties.

Artikel 2a.8

Artikel 2a.8 geeft dat de mondkapjesverplichting opgelegd in hoofdstuk 2a niet geldt, als het dragen van een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maken.

Downloads

Als u moeite heeft om één of meerdere bestanden in de bijgevoegde downloadtabel te lezen of als dit onduidelijkheden voor u oplevert, neem dan contact op met de gemeente via telefoonnummer 14 0118 of e-mail gemeente@vlissingen.nl.

Downloads
TitelTypeDownloadLees voor
Registratieformulier_horeca Download Lees voor
Registratieformulier_horeca_per_tafel Download Lees voor
Registratieformulier_recreatie Download Lees voor
Registratieformulier_contactberoep Download Lees voor