Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen gemeente Vlissingen 2020

Originele publicatie downloaden:
Link naar originele publicatie:
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
maandag 8 februari 2021



Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen gemeente Vlissingen 2020

De raad van de gemeente Vlissingen

 

Besluit:

1. De Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2020 vast te stellen.

 

Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2020.

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening, de bijlage en de toelichting wordt verstaan onder:

 

  • 1.

    Gesloten bodemenergiesysteem: installatie waarmee, zonder grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie;

  • 2.

    Open bodemenergiesysteem: installatie waarmee van de bodem gebruik gemaakt wordt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van het bovengrondse deel van de installatie;

  • 3.

    Interferentiegebied: één of meerdere gebieden binnen de gemeente Vlissingen waarin ordening van bodemenergiesystemen wenselijk is met het oog op het voorkomen van negatieve onderlinge beïnvloeding van meerdere bodemenergiesystemen of anderszins ter bevordering van het doelmatig gebruik van bodemenergie.

     

Artikel 2 Aanwijzing interferentiegebieden

Ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie, worden de gebieden conform de in bijlage 1 opgenomen kaarten, aangewezen tot interferentiegebied als bedoeld in artikel 2.2a, zesde lid van het Besluit Omgevingsrecht.

 

Artikel 3 Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de grenzen van een interferentiegebied te wijzigen en nieuwe interferentiegebieden vast te stellen, indien zij van oordeel zijn dat dit ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie nodig is.

 

Artikel 4 Aanleg gesloten bodemenergiesystemen binnen interferentiegebied

1. Voor het aanleggen van een gesloten bodemenergiesysteem binnen een interferentiegebied is een vergunning (een omgevingsvergunning beperkte milieutoets) van het college van burgemeester en wethouders nodig.

2. In aanvulling op artikel 5.13b van het Besluit omgevingsrecht weigert het college van burgemeester en wethouders de in lid 1 genoemde vergunning, als niet voldaan wordt aan de eisen zoals opgenomen in het bijbehorende bodemenergieplan.

 

Artikel 5 Overgangsrecht

Op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, evenals op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, is deze verordening niet van toepassing.

 

Artikel 6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

 

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2020.

 

Aldus vastgesteld door de raad van de

gemeente Vlissingen in zijn openbare

vergadering van 17 september 2020,

de griffier,

mr. F. Vermeulen

de voorzitter,

drs. A.R.B. van den Tillaar

Wettelijke grondslag

Artikel 2.2b van het Besluit omgevingsrecht, artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 18 lid 3 Wet bodembescherming.

 

Algemeen

Op 1 juli 2013 is het Besluit bodemenergiesystemen in werking getreden. Het besluit bevat regels over het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen en leidt tot wijzigingen in zeven bestaande AMvB’s, namelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit bodemkwaliteit, het Besluit lozen buiten inrichtingen, het Besluit omgevingsrecht, het Besluit hernieuwbare energie, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Waterbesluit (Staatsblad nr. 112, d.d. 25 maart 2013).

Met deze regelgeving wil de rijksoverheid de toepassing van bodemenergie stimuleren en een impuls geven aan duurzaamheidsambities gericht op de besparing van fossiele brandstoffen en CO2-reductie. Daarnaast dient de aantasting van de bodem door bodemenergiesystemen te worden voorkomen door de introductie van een aantal algemene regels dat een bepaald beschermingsniveau waarborgt. Het besluit draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen van de EG-richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare energiebronnen.

Bij grootschalige toepassing van bodemenergie neemt de drukte in de ondergrond sterk toe. Voorkomen moet worden dat bij een toename van het aantal bodemenergiesystemen negatieve interferentie tussen bodemenergiesystemen onderling of nadelige beïnvloeding van andere ondergrondse functies optreedt. Daarom is het wenselijk dat de gemeente in bepaalde delen van Vlissingen de regie heeft over de ondergrondse inrichting van bodemenergiesystemen. Dit heeft tot doel om optimaal en duurzaam gebruik te maken van de ondergrond voor bodemenergie en zorgt ervoor dat negatieve interferentie tussen bodemenergiesystemen onderling of met andere ondergrondse functies wordt voorkomen. Daarom is deze Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2020 opgesteld.

 

Wat zijn de gevolgen van aanwijzen interferentiegebieden?

Het rechtsgevolg van het aanwijzen van interferentiegebieden is dat een Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm) verplicht wordt voor het installeren van een klein gesloten bodemenergiesysteem als het binnen een interferentiegebied ligt. Buiten interferentiegebieden en voor grote systemen veranderen de procedures en regels niet (zie de hiernavolgende tabel, alleen verandering voor de twee vetgedrukte categorieën).

Onveranderd blijft dat buiten interferentiegebieden voor het realiseren van grote gesloten bodemenergiesystemen nu al een Obm aangevraagd moet worden, op grond van artikel 2.2a lid 6 van het Besluit omgevingsrecht, en dat voor kleine gesloten systemen (minder dan 70kW) een meldingsplicht geldt op grond van artikel 1.21a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor open bodemenergiesystemen wordt interferentie meegenomen bij de verlening van de Watervergunning krachtens artikel 6.4, eerste lid, onder b, van de Waterwet. In de Watervergunning kan rekening worden gehouden met het voorkomen van negatieve interferentie en het bevorderen van een doelmatig gebruik van bodemenergie.

 

Voor wie gelden de regels?

In onderstaande tabel is ter verduidelijking de structuur van de rijksregelgeving rond bodemenergiesystemen weergegeven. De regeling voor bodemenergiesystemen is door het Rijk geïntegreerd in de diverse omgevingsrechtelijke regelingen. Daarmee is bereikt dat degene voor wie de regels gelden, voor zijn activiteit in beginsel maar met één regeling te maken heeft (zie het Besluit van 25 maart 2013 in verband met regels inzake bodemenergiesystemen, Staatsblad 2013, nr. 112).

 

Klein gesloten energiesysteem

(vermogen <70 kW)

Groot gesloten energiesysteem

(vermogen ≥ 70 kW)

Open energiesysteem

Buiten inrichting

Instructievoorschriften, die door het bevoegd gezag worden overgenomen of uitgewerkt in de watervergunning op grond van artikel 6.4, eerste lid, onder b, van de Waterwet.

Buiten interferentiegebied

Besluit lozen buiten inrichtingen

Besluit lozen buiten inrichtingen

+

Obm

Binnen interferentiegebied

Besluit lozen buiten inrichtingen

+

Obm als gevolg van aanwijzing als bedoeld in art. 2

Besluit lozen buiten inrichtingen

+

Obm

Binnen inrichting

Buiten interferentiegebied

Activiteitenbesluit milieubeheer

Activiteitenbesluit milieubeheer

+

Obm

Binnen interferentiegebied

Activiteitenbesluit milieubeheer

+

Obm, als gevolg van aanwijzing als bedoeld in art. 2

Activiteitenbesluit milieubeheer

+

Obm

Overige situaties

Grondwaterbeschermingsgebied

Naast bovenstaande regelgeving is de provinciale milieuverordening van toepassing.

Andere bijzondere functies en waarden van de bodem

Naast bovenstaande regelgeving kan de provinciale milieuverordening of andere specifieke regelgeving (zoals de Natuurbeschermingswet 1998 of de Monumentenwet 1988) van toepassing zijn

Toelichting Artikelsgewijs

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

Open en gesloten bodemenergiesystemen

Bodemenergiesystemen maken voor de verwarming en koeling van gebouwen gebruik van de warmte

en koude die in de bodem is opgeslagen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten bodemenergiesystemen. Bij open bodemenergiesystemen wordt ’s zomers relatief koud grondwater uit de koudwaterbron of -bel onttrokken om daarmee gebouwen te koelen. Na opwarming in het gebouw wordt de warmte terug in de bodem gebracht in de warmwaterbron (of -bel). ’s Winters wordt relatief warm gebleven grondwater uit de warmwaterbron onttrokken om daarmee gebouwen te verwarmen. Na afkoeling door afgifte van warmte in het gebouw wordt de koude in de bodem teruggebracht in de koudwaterbron en begint de cyclus opnieuw. Open bodemenergiesystemen kunnen ook alleen voor verwarming of alleen voor koeling worden gebruikt. Bij gesloten bodemenergiesystemen wordt water, vaak gemengd met een antivriesmiddel, in buizen door de bodem geleid, zonder dat het in direct contact met het grondwater komt. Hierin onderscheiden zij zich van open systemen, daarbij is sprake van verplaatsing van grondwater.

 

Interferentiegebied

Bodemenergiesystemen hebben thermische invloedsgebieden. Dit zijn gebieden waar relatief koude en/of warme zones in de bodem aanwezig zijn (inclusief grondwater) doordat water in een buizenstelsel of in de grond wordt gebracht dat een andere temperatuur heeft dan de natuurlijke bodemtemperatuur. Bij bodemenergiesystemen in elkaars nabijheid bestaat het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar overlappen. Dit heet interferentie. Interferentie tussen thermische invloedsgebieden van verschillende temperaturen is vooral ongewenst omdat één zone dan zowel gekoeld als opgewarmd wordt. Hierdoor vermindert het energierendement van de betrokken bodemenergiesystemen.

Daarnaast maken de ordeningsregels het mogelijk bescherming te bieden aan grote collectieve, meer efficiënte bodemenergiesystemen. Dergelijke systemen hebben vaak een lange voorbereidingstijd en kunnen belemmerd worden door kleine snelle initiatieven omdat zonder ordeningsregels geldt: ‘Wie het eerst komt, het eerst pompt’

 

Artikel 2 Aanwijzing interferentiegebieden

Interferentiegebieden kunnen zowel bij gemeentelijke als provinciale verordening worden aangewezen. In het Besluit bodemenergiesystemen is ervoor gekozen dat interferentiegebieden in beginsel worden aangewezen bij gemeentelijke verordening. Dit is geregeld in artikel 2.2b van het Besluit omgevingsrecht.

Het rechtsgevolg van de aanwijzing van een interferentiegebied is dat voor het installeren van een klein gesloten bodemenergiesysteem, kleiner dan 70 kW, toestemming is vereist. Alvorens een dergelijk systeem geïnstalleerd kan worden, moet een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend zijn (Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (Obm)). Buiten interferentiegebieden geldt voor de plaatsing van een klein gesloten bodemenergiesysteem een meldingsplicht. Bodemenergiesystemen groter dan 70 kW hebben ook buiten interferentiegebieden een vergunningplicht.

Een gesloten bodemenergiesysteem mag op grond van de algemene regels in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen, niet tot zodanige interferentie met eerder geïnstalleerde bodemenergiesystemen leiden, dat het doelmatig functioneren van een van de desbetreffende systemen kan worden geschaad (zie art. 3.16m van het Activiteitenbesluit milieubeheer en art. 3a.7 van het Besluit lozen buiten inrichtingen). De Obm-procedure geeft de mogelijkheid om de toestemming voor het plaatsen van een bodemenergiesysteem te weigeren, indien aannemelijk is dat aan dit voorschrift niet zal worden voldaan (zie artikel 5.13b, negende lid van het Besluit omgevingsrecht).

 

Artikel 3 Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders

Delegatie aan het College van de bevoegdheid de grenzen van een interferentiegebied te wijzigen en nieuwe interferentiegebieden vast te stellen, wordt voorgesteld, omdat te voorzien is dat deze vaak wijziging zullen behoeven.

 

Artikel 4 Weigeringsgrond voor vergunning

In artikel 4 is weergegeven dat als gevolg van de aanwijzing van interferentiegebieden voor het installeren van een (klein) gesloten bodemenergiesysteem een vergunning is vereist.

De algemene weigeringsgronden voor deze vergunning zijn opgenomen in artikel 5.13b van het Besluit omgevingsrecht.

De gronden voor weigering zijn:

1. het veroorzaken van interferentie waardoor het functioneren van een ander bodemenergiesysteem kan worden geschaad en

2. het ondoelmatig gebruik van bodemenergie.

Het gaat in algemene zin om de vraag of het juiste bodemenergiesysteem op de juiste plaats wordt geïnstalleerd. Hieruit volgt dat geen voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden en dat de vergunning ook niet onder beperkingen kan worden verleend. Het besluit kan alleen toestemming voor de installatie inhouden of weigering van die toestemming. In die zin heeft de vergunning alleen betrekking op de aanleg van het bodemenergiesysteem en ziet niet toe op het gebruik van dat systeem.

Ad 1: Verder zullen bestaande en nieuwe bodemenergiesystemen in deze gebieden niet optimaal kunnen werken indien onvoldoende ruimtelijke sturing plaatsvindt, waardoor bijvoorbeeld een gesloten systeem terecht komt binnen de invloedruimte van een ander systeem. Ruimtelijke sturing van bodemenergie is ook van belang voor het blijvend laten renderen van investeringen in bijvoorbeeld warmte-koude-opslag (WKO).

Ad 2: Het criterium voor (gesloten) bodemenergie is doelmatig bodemgebruik. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen doelmatige ruimtelijk benutting en doelmatig energetisch gebruik.

Doelmatig ruimtelijk benutting betekent dat de ondergrondse ruimte door zo veel mogelijk systemen kan worden gebruikt. De thermische invloed van een eenvoudig enkelvoudig gesloten bodemenergie-systeem is 8 meter. Dit overstijgt in een stedelijke omgeving al snel de kavel-breedte. Het is daarom passend om voorwaarden te stellen aan de plek waar systemen worden aangelegd.

Doelmatig energetisch gebruik vindt plaats wanneer de geleverde energie met een optimaal rendement in de bovengrondse installatie wordt benut. In de algemene regels is voorzien dat bij nieuwe systemen rekening wordt gehouden met bestaande systemen. Er mag geen sprake zijn van een negatief effect. De algemene regels houden echter geen rekening met toekomstige systemen, terwijl een (te) ruim bemeten systeem nieuwe duurzame ontwikkelingen in de directe omgeving kan benadelen. Dat is niet doelmatig.

Om dat te voorkomen, neemt het college, in aanvulling op deze algemene weigeringsgronden, in beleidsregels specifieke weigeringsgronden op, die het noodzakelijk acht om te komen tot een juiste ordening van bodemenergiesystemen in de ondergrond en anderzijds te komen tot een goede uitvoering van het besluit.

 

Artikel 5 tot en met 7 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

De artikelen 4 tot en met 6 regelen respectievelijk het overgangsrecht, het in werking treden en de citeertitel van deze verordening.