Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

Beleidsregels garantie gemeente Vlissingen

Originele publicatie downloaden:
Link naar originele publicatie:
Type bekendmaking:
Beleidsregels Beleidsregels
Publicatiedatum:
vrijdag 30 oktober 2020



Beleidsregels garantie gemeente Vlissingen

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen;

 

besluit:

 

vast te stellen de Beleidsregels garantie gemeente Vlissingen.

 

 

Hoofdstuk 1 - Algemeen

Artikel 1: Begripsbepalingen:

  • a.

    Garantie: onder garantie wordt in dit document verstaan een borgstelling (ook wel borgtocht genoemd) of een garantie. de garantie wordt afgegeven door de gemeente Vlissingen ten behoeve van een door de aanvrager bij een financiële instelling aan te trekken lening ter meerdere zekerheid tot nakoming van de verplichtingen die hieruit voortvloeien.

  • b.

    Aanvraag: een verzoek aan de gemeente om ten behoeve van de aanvrager een garantie af te geven ten gunste van een financiële instelling.

  • c.

    Aanvrager: degene die de aanvraag indient.

  • d.

    Financiële instelling: al dan niet commerciële instellingen zoals banken, leveranciers, leasemaatschappijen, waarborgfondsen, die bijvoorbeeld hypothecaire leningen, onderhandse leningen,(consumenten)kredieten, garanties of financial lease kunnen verstrekken.

  • e.

    Geldnemer: een rechtspersoon naar burgerlijk recht ten behoeve waarvan de gemeente een borgstelling heeft verstrekt ten aanzien van de betaling van rente en aflossing indien deze in gebreke is.

  • f.

    Geldgever: een instelling die aan een geldnemer een lening heeft verstrekt waarvan de gemeente de betaling van rente en aflossing waarborgt.

  • g.

    Publieke taak: gemeenten kunnen uitsluitend leningen aangaan, middelenuitzetten en garanties verlenen voor de uitoefening van de publieke taak. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) geeft aan het begrip publieke taak een beperkte invulling. Bankachtige activiteiten, bijvoorbeeld het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen, worden volgens de Wet fido in elk geval niet tot de publieke taak van de gemeente gerekend en zijn verboden.

 

Artikel 2: Kring van rechthebbenden:

  • 1.

    Garantie wordt verstrekt aan organisaties die bijdragen aan de maatschappelijke doelen van de gemeente Vlissingen.

  • 2.

    Organisaties mogen geen winstoogmerk hebben.

  • 3.

    Organisaties mogen geen besloten karakter hebben en niet uitsluitend zijn gericht op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze levensbeschouwelijke of politieke aard.

  • 4.

    Organisaties dienen rechtspersoonlijkheid te bezitten.

  • 5.

    Organisaties moeten in de gemeente Vlissingen zijn gevestigd.

  • 6.

    Aan particulieren wordt alleen garantie vertrekt voor particuliere woningverbetering die valt onder de eisen en voorwaarden van de stichting nationaal restauratie fonds en aanvragen die vallen onder de reikwijdte van het Cultuurfonds voor Monumenten Zeeland. De gemeente Vlissingen heeft hiertoe overeenkomsten gesloten met de stichting nationaal restauratie fonds. De garantie aanvraag particuliere woningverbetering is geregeld in de overeenkomst met het nationaal restauratie fonds en in de stadsvernieuwing.

 

Artikel 3: Voorwaarden voor het aanvragen van een gemeentegarantie:

  • 1.

    De te financieren zaken moeten nodig zijn in het kader van de uitvoering van een publieke taak in de gemeente Vlissingen. Dat wil zeggen dat ze moeten passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. Ook moet er met de financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijk doel worden gediend. De gemeenteraad geeft door middel van de vaststelling van de programmabegroting, de begrotingswijzigingen en beleidsnota’s het richtinggevende en budgettaire kader.

  • 2.

    De te financieren zaken moeten essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager.

  • 3.

    De te financieren zaken moeten in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Vlissingen en moet fysiek in de gemeente Vlissingen worden gerealiseerd.

  • 4.

    De te financieren zaken zijn zonder gemeentelijke borgstelling niet te realiseren. Eerst dienen zelfwerkzaamheid, eigen middelen, subsidiegelden en middelen van sponsoren, etc. door de aanvrager te worden benut.

  • 5.

    De aanvrager moet aantonen dat deze zelfstandig geen financiering op de markt kan verkrijgen, bijvoorbeeld door middel van het overleggen van verklaringen van minimaal twee financiële instellingen waarin dit wordt bevestigd. Verzoeken om garanties worden geweigerd als de betreffende lening zonder onoverkomelijke bezwaren voor de aanvrager door een financiële instelling kan worden verleend.

  • 6.

    Een rentevoordeel ten opzichte van een financiële instelling is onvoldoende reden voor verstrekking van een garantie door de gemeente.

  • 7.

    De financiële positie en prognoses van de aanvrager moeten zodanig zijn dat rente en aflossing betaald kunnen blijven worden. Een garantie wordt niet verstrekt indien de te financieren zaken niet voldoende zekerheid bieden voor verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken garantie. Dit betekent, dat ingeval de te financieren zaak een onroerende zaak is, het recht van hypotheek ten gunste van de gemeente wordt gevestigd en voor roerende zaken een recht van pand wordt verleend.

  • 8.

    De looptijd van de ening of garantie moet zijn afgestemd op de te verwachten technische (dan wel economische levensduur als deze korter is) gebruiksduur van de activa. De maximale looptijd is 30 jaar.

  • 9.

    Het minimale bedrag waarvoor een aanvraag voor een garantie aangevraagd kan worden is € 25.000.

  • 10.

    Conform artikel 7 ‘Informatieplicht’ van de Financiële Verordening gemeente Vlissingen 2019 besluit het college niet over het vestrekken van waarborgen en garanties groter dan € 25.000, dan nadat de raad geinformeerd is over het voornemen en de gemeenteraad hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis aan het college te brengen.

 

Artikel 4: Eisen aan de aanvraag:

  • 1.

    Een aanvraag voor een gemeentegarantie wordt schriftelijk bij het college ingediend, voordat de aanvrager verplichtingen aangaat in verband met de af te sluiten geldlening.

  • 2.

    De aanvraag moet worden gedaan door het orgaan, dat daarvoor volgens de statuten van de betreffende organisatie bevoegd is.

  • 3.

    De aanvraag moet vergezeld gaan van:

    • a.

      een niet ouder dan 1 maand uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel;

    • b.

      een exemplaar van de geldende statuten van de organisatie;

    • c.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • d.

      tekeningen en technische omschrijving als de gemeentelijke garantie aankoop of verbouwing van een onroerende zaak betreft;

    • e.

      een document waaruit blijkt dat het onderpand vrij is van hypotheek (of van pand als het om roerende zaken gaat);

    • f.

      de laatst bekende taxatiewaarde (niet ouder dan een jaar) van het onderpand voor de onroerendezaakbelasting ingeval het gaat om een bestaand onroerende zaak;

    • g.

      de jaarrekeningen, inclusief balans en verlies- en winstrekening van de laatste twee boekjaren (indien aanwezig: voorzien van accountantsverklaring). Bij een nieuwe organisatie zoveel afschriften van jaarrekeningen als redelijkerwijs beschikbaar kunnen zijn;

    • h.

      de vastgestelde begroting van het huidige boekjaar, het komende boekjaar en een meerjarenbegroting waarin rente en aflossing van de geldlening zijn verwerkt;

    • i.

      een gespecificeerde opstelling van de wijze van financiering van de voorgenomen investering. De aanvraag moet zijn voorzien van de concept-leningsovereenkomst met de beoogde financiële instelling dan wel een offerte van de beoogde financiële instelling waarin in ieder geval zijn opgenomen de leenvoorwaarden;

    • j.

      een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de activiteiten van de aanvrager waarop de garantie betrekking heeft. Indien van toepassing, afschriften van toezeggingen van bijdragen/subsidies door derden;

    • k.

      eventuele andere bescheiden die het college van burgemeester en wethouders nodig acht om de specifieke aanvraag goed te kunnen beoordelen.

  • 4.

    Het college kan bepalen dat één of meer van de onder lid 3 genoemde documenten niet hoeven te worden overgelegd, als dat redelijkerwijs niet nodig is voor het nemen van een besluit op een aanvraag om een garantie te verstrekken.

  • 5.

    Indien bij de aanvraag niet alle gevraagde gegevens worden verstrekt, wordt er een hersteltermijn van vier weken geboden om de gevraagde gegevens alsnog te leveren. Indien ook na het verstrijken van de hersteltermijn de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

 

Hoofdstuk 2 - Weigeringsgronden en verplichtingen gemeentegarantie

Artikel 5 Weigeringsgronden:

  • 1.

    Het college wijst de aanvraag om verstrekking van een gemeentegarantie in ieder geval af indien:

    • a.

      de aanvrager (naar redelijke verwachting) niet kan voldoen aan de aan de gemeente garantie verbonden verplichtingen;

    • b.

      twijfel bestaat omtrent het bestaansrecht van de aanvrager gedurende de looptijd van de geldlening waartoe een gemeentegarantie wordt gevraagd;

    • c.

      de waarde van de te realiseren zaak of zaken de gemeente onvoldoende zekerheid biedt voor verhaal van rente en aflossing van de geldlening, ter verkrijging waarvan de gemeentegarantie is gevraagd;

    • d.

      de aanvrager bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

    • e.

      de raad, na over de voorgenomen gemeentegarantie gehoord te zijn, bedenkingen heeft geuit;

    • f.

      de activiteiten naar het oordeel van het college concurrerend zijn met reeds aanwezige voorzieningen waar gelijke of gelijksoortige activiteiten worden verricht.

  • 2.

    Geen garantie is mogelijk indien een beroep kan worden gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds zoals Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborgfonds voor de Zorg en Waarborgfonds Kinderopvang. De gemeente heeft dan vaak wel een zogenaamde achtervangfunctie bij een waarborgfonds.

  • 3.

    Specifiek voor sport geldt dat er wordt samengewerkt met de Stichting Waarborgfonds Sport(SWS). Zonder medewerking van dit Fonds wordt in beginsel geen garantie door de gemeente verstrekt. Deze stichting biedt naast een borgstelling van 50% ook een aanvullende toetsing zoals een sporttechnische keuring en een jaarlijkse controle van de begroting en jaarrekening. Er wordt aansluiting gezocht bij de eisen aan een borgstelling van het SWS.

 

Artikel 6 Overige criteria en verplichtingen:

  • 1.

    Het college maakt het besluit om al dan niet garantie te verstrekken door middel van een brief bekend aan de aanvrager. Bij verstrekking van een gemeentegarantie worden voorwaarden in die brief opgenomen met betrekking tot: hoogte, looptijd en wijze van aflossing van de door een financiële instelling te verstrekken geldlening waarvoor de gemeentegarantie wordt verstrekt;

  • 2.

    De aanvrager heeft een instandhouding- en onderhoudsverplichting van het onderpand. De aanvrager verplicht zich daarom tot het afsluiten van opstal- en inboedelverzekeringen en het in goede staat houden van het onderpand gedurende de gehele looptijd van de garantie. Hiertoe moeten gedurende de looptijd van de geldlening in de exploitatiebegroting van de aanvrager voldoende financiële middelen worden opgenomen. De gemeente heeft de mogelijkheid eenmaal per twee jaar controle uit te oefenen of de onroerende zaak, waarop de hypotheek is gevestigd, voldoende wordt onderhouden.

  • 3.

    De aanvrager verstrekt jaarlijks de exploitatiebegroting en een financieel jaarverslag aan het college, opdat het college het financiële beheer van de organisatie kan beoordelen. Dit gebeurt binnen drie maanden na vaststelling door het bevoegd orgaan. Tevens wordt een kopie van de meest recente verzekeringspolis van de opstal meegezonden.

  • 4.

    Het college dient schriftelijk te worden geïnformeerd indien en zodra substantiële financiële tegenvallers in de exploitatie van de organisatie dreigen op te treden of ingeval er liquiditeitsproblemen ontstaan.

  • 5.

    Zonder toestemming van het college is de geldnemer niet toegestaan nieuwe geldleningen, rekening courantovereenkomsten of borgtochten aan te gaan, gelden uit te lenen, gelden te beleggen dan wel een organisatiewijziging door te voeren.

  • 6.

    Zonder voorafgaande toestemming van het college is het de geldnemer niet toegestaan onroerende zaken te vervreemden, te bezwaren dan wel te veranderen van bestemming.

  • 7.

    De te verstrekken garantie moet voldoen aan de geldende regelgeving rondom staatssteun.

  • 8.

    De gemeentegarantie wordt pas geacht te zijn verleend, nadat de aanvrager door ondertekening uitdrukkelijk en zonder voorbehoud met de overeenkomst en de daarin vastgelegde garantieverplichtingen heeft ingestemd.

  • 9.

    De borgtochtverklaring aan de financiële instelling (geldgever) wordt afgegeven onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      de geldgever is verplicht zijn bestaande of toekomstige zekerheden eerst uit te winnen voordat de gemeente aangesproken wordt;

    • b.

      als de gemeente aangesproken wordt als borg, treedt zij in de rechten van de geldnemer;

    • c.

      gemeente wordt gevrijwaard van uit de gemeentegarantie voortvloeiende verplichtingen, wanneer de geldgever een of meer zekerheden niet geheel of gedeeltelijk heeft aangewend, tenzij de gemeente hiervoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend;

    • d.

      de geldgever dient erop toe te zien dat bij vervreemding van de onroerende zaak, de geldlening volledig wordt afgelost en de afgegeven gemeentegarantie daarmee komt te vervallen;

    • e.

      de geldgever dient de gemeente jaarlijks te informeren over de restantschuld van de geldlening;

    • f.

      bij ingebrekestelling van de geldnemer dient de gemeente daarvan direct een afschrift te ontvangen van de geldgever;

    • g.

      de geldgever verleent geen uitstel van betaling aan geldnemer zonder schriftelijke toestemming van de gemeente;

    • h.

      de geldgever zal de faciliteiten betreffende de geldlening niet verhogen of uitbreiden zonder schriftelijke toestemming van de gemeente;

    • i.

      als de gemeente krachtens de garantie een betaling verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering van de gemeente en een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft.

  • 10.

    Een verleende garantie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien de overeenkomst van de geldlening waarop de garantie betrekking heeft niet binnen zes maanden na verzending van het besluit tot garantieverlening tot stand komt.

 

Hoofdstuk 3. - Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7 Hardheidsclausule

In het geval strikte toepassing van deze beleidsregels gevolgen met zich meebrengt die onevenredig zijn in verhouding tot de met de regeling te dienen doelen, kan het college besluiten in afwijking van deze beleidsregels.

Besluiten tot het verlenen van garantie in afwijking van deze beleidsregels worden door het college gemeld aan de gemeenteraad.

 

Artikel 8 Slotbepaling

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op garanties die zijn verleend voor de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels.

 

Artikel 9 Datum inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 november 2020.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 15 september 2020.