Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Vlissingen 2019

Originele publicatie downloaden:
Link naar originele publicatie:
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
dinsdag 18 december 2018





Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Vlissingen 2019

De raad van de gemeente Vlissingen;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

 

gelet op de artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de

 

VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN BINNENHAVENGELD VLISSINGEN 2019

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze verordening en de daarop berustende tarieventabel wordt verstaan onder:

a.

Haven:

voor de openbare dienst bestemde wateren en voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente Vlissingen in eigendom, beheer of onderhoud zijn, en vallende in de gebiedsaanduiding zoals aangeduid in de bijlage.

b.

Vaartuig:

elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water of voor het dragen van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmaken;

c.

Vrachtschip

Een schip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van goederen.

d.

Passagiersschip

Een schip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen

e.

Vissersschip

Een schip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen.

f.

Overige schepen

Alle vaartuigen die niet vallen onder de begripsomschrijvingen als genoemd in onderdeel c tot en met e.

g.

Termijn:

in de tabel genoemde tijdsduur, waarbinnen het gebruik van de haven plaatsvindt, met dien verstande dat, indien het vaartuig gedurende een toegepaste tijdsduur van minder dan een kalenderkwartaal de haven verlaat en terugkeert, een nieuwe termijn begint;

h.

Tabel:

als bijlage opgenomen en de van deze verordening deel uitmakende tarieventabel;

i.

College:

het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen.

j.

Ton:

Een massa van 1.000 kilogram

k.

Brutoton:

de eenheid voor een bruto inhoud (BT) van een schip, zoals bedoeld in het verdrag inzake meting van Schepen, London 1969 (traktatenblad 1979, nr. 122 en 194) die uit de meetbrief volgt

l.

Havenmeester

De door het college als zodanig benoemde of aangewezen functionaris.

m.

Meetbrief

Een meetbrief, als bedoeld in artikel 24 van de Meetbrievenwet 1981

 

Artikel 2. Voorwerp van heffing

Onder de naam binnenhavengeld wordt een recht geheven ter zake van het gebruik met een vaartuig overeenkomstig de bestemming van de haven en of ter zake van het genot door of vanwege de gemeente verstrekte diensten.

 

Artikel 3. Belastingplichtige

Belastingplichtig is degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt of degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Daaronder te verstaan de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.

 

Artikel 4. Heffingsgrondslagen

Voor de berekening van het binnenhavengeld:

  • a.

    wordt het laadvermogen van het vaartuig uitgedrukt in het aantal tonnen, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief;

  • b.

    wordt als aantal m² aangemerkt, de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte; zijnde de grootste lengte maal de grootste breedte, zoals dat blijkt uit een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief;

  • c.

    wordt, indien het vaartuig kennelijk niet meer overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of van soort is veranderd, voor de toepassing van de tabel uitgegaan van de feitelijke omstandigheden;

  • d.

    Indien de in onderdeel a en b bedoelde meetbrief niet wordt overgelegd of indien deze de vereiste gegevens niet vermeldt wordt het laadvermogen in tonnen dan wel de grootste breedte en/of de lengte over alles ambtshalve vastgesteld.

  • e.

    Wordt de termijn steeds op de kortste van de in de tabel voor het desbetreffende soort vaartuig genoemde termijn gesteld, tenzij voor een langere termijn aangifte is gedaan.

 

Artikel 5. Vrijstellingen

Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van het gebruik van de haven en het genot van in dat verband verleende diensten met:

  • 1.

    een vaartuig wanneer door de gemeente Vlissingen bij overeenkomst een vergoeding daarvoor is bedongen;

  • 2.

    een sleepboot, uitsluitend voor zover deze wordt gebruikt voor de normale assistentie van zeeschepen bij het in- en uitvaren van de haven;

  • 3.

    een sleepboot, uitsluitend voor zover deze tezamen met een ander binnenschip een eenheid vormt;

  • 4.

    een binnenschip voor een periode van ten hoogste twee maanden wanneer het gebruik van de haven en het genot van diensten slechts plaatsvindt voor het dokken of het doen verrichten van herstellingen bij een scheepsreparatie-inrichting, mits zowel van het tijdstip van aanvang als dat van het einde van het dokken of herstellen schriftelijk vooraf aan de Havenmeester is kennisgegeven;

  • 5.

    een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de Provincie Zeeland of de gemeente Vlissingen, mits geen personen of goederen bedrijfsmatig worden vervoerd;

  • 6.

    een hospitaalschip;

  • 7.

    een opleidingsschip voor de Rijn- of binnenvaart of de marine of de koopvaardij, uitsluitend als zodanig in gebruik;

  • 8.

    een vaartuig wachtend voor het formeren van een sleep- of duweenheid, zulks voor ten hoogste 24 uren;

  • 9.

    een vaartuig dat gebruikt wordt: in directe dienst van gemeente Vlissingen ten behoeve van het onderhoud, de verbetering en de uitbreiding van de Haven, voor zover deze in opdracht van de gemeente Vlissingen worden uitgevoerd;

  • 10.

    in deze gemeente nieuw gebouwde vaartuigen, zolang daarmee geen ander gebruik van de in artikel 1 bedoelde wateren, werken of inrichtingen wordt gemaakt dan nodig is om deze voor de eerste maal vaarklaar te maken en geen lading wordt ingenomen.

 

Artikel 6. Tarieven

  • 1.

    Het binnenhavengeld wordt geheven naar de in de tabel genoemde tarieven met inachtneming van de daarbij opgenomen bepalingen.

  • 2.

    De genoemde tarieven zijn exclusief BTW.

  • 3.

    Voor de berekening van de binnenhavengelden worden geen andere eenheden van tijd gehanteerd dan die welke in de tarieventabel zijn vermeld. Ten aanzien van de nummers in de tabel achter welke meer dan één eenheid is opgenomen, wordt uitgegaan van de voor de belastingplichtige meest gunstige wijze van berekening van het binnenhavengeld.

 

Artikel 7. Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten per dag en per week worden geheven bij wege van voldoening op aangifte.

  • 2.

    De rechten per kwartaal of per heel jaar worden geheven bij wege van een gedagtekende nota, bon of andere schriftuur/ aanslag.

 

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld

De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht.

 

Artikel 9. Restitutie, onderbreking of vervanging

  • 1.

    Vroegtijdige beëindiging van het gebruik binnen het heffingstijdvak kan slechts leiden tot restitutie indien er sprake is van een jaaraangifte, met dien verstande dat:

  • a.

    De belastingplichtige een schriftelijk verzoek tot restitutie indient;

  • b.

    Indien meer dan negen maanden zijn verstreken, geen bedrag wordt gerestitueerd.

  • c.

    In het geval er minder dan negen maanden van het jaar zijn verstreken, het verschil wordt gerestitueerd tussen het verschuldigde (gebaseerd op het kwartaaltarief van het aantal kwartalen dat is verstreken, waarbij een aangevangen kwartaal geldt als vol kwartaal) en het betaalde jaartarief.

  • 2.

    Indien het vaartuig in de loop van een in de tarieventabel genoemd heffingstijdvak van een kalenderkwartaal dan wel kalenderjaar uit de haven vertrekt en daar in de loop van dat tijdvak terugkeert, wordt het gebruik en genot van de haven niet geacht te zijn onderbroken.

  • 3.

    Indien in de loop van het jaar het binnenhavengeld per keer is geheven en er wordt overgegaan tot heffing bij abonnement, dan wordt het reeds geheven binnenhavengeld niet teruggegeven of verrekend.

  • 4.

    Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn het betaalde binnenhavengeld op aanvraag van de belastingplichtige verrekend met het verschuldigde binnenhavengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde binnenhavengeld lager is dan het betaalde, teruggave niet plaatsvindt.

 

Artikel 10. Tijdstippen van verschuldigdheid en betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van aanslagbiljet.

  • 2.

    Het binnenhavengeld geheven bij wege van aanslag is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of belastingperiode, of, indien de belastingplicht op een later tijdstip aanvangt, op dat tijdstip en moet worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 3.

    Het binnenhavengeld niet geheven bij wege van aanslag is verschuldigd bij de aanvang van het gebruik van openbaar gemeentewater en moet worden betaald op het tijdstip waarop de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 wordt uitgereikt.

  • 4.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het binnenhavengeld, ingeval de kennisgeving wordt toegezonden, worden betaald binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 5.

    De berekening per keer of per belastingperiode (abonnement) geschiedt per keuze van de belastingplichtige, bij aanvang van de belastingperiode.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in artikel 10 gestelde termijnen.

 

Artikel 11. Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het binnenhavengeld.

 

Artikel 12. Kwijtschelding

Het bepaalde in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 inzake de verlening van kwijtschelding vindt geen toepassing op de invordering van de binnenhavengelden.

 

Artikel 13. Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    De "Verordening binnenhavengeld Vlissingen 2018", vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als ’Verordening binnenhavengeld Vlissingen 2019’.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Vlissingen d.d. 8 november 2018.

de griffier, de voorzitter,

Mr. F. Vermeulen, drs. A.R.B. van den Tillaar

Bijlage bij de Verordening binnenhavengeld Vlissingen 2019 met de van deze verordening deel uitmakende tarieventabel

 

 

Belastingsoort

Eenheid***

Termijn

tarief 2019 in €**

exclusief BTW

1.1

Vrachtschepen

per ton

Per week

0,120

1.1.1

 

laadvermogen

Per 2 weken

0,170

1.1.2

 

 

Kalenderkwartaal*

1,08

1.1.3

 

 

Kalenderjaar*

3,311

1.2

Een vrachtschip indien geen lading wordt overgeslagen

Per ton laadvermogen

Per 3 dagen

0,059

2.1

Passagiersschepen

per m2

Per week

0,120

2.1.1

 

oppervlakte

Per 2 weken

0,170

2.1.2

 

 

Kalenderkwartaal*

1,08

2.1.3

 

 

Kalenderjaar*

3,311

3.1

Vissersschepen

per bruto ton

Per week

0,120

3.1.1

 

 

Per 2 weken

0,170

3.1.2

 

 

Kalenderkwartaal*

1,08

3.1.3

 

 

Kalenderjaar*

3,311

4.1

Overige schepen

per m2 opp.

Per week

0,120

4.1.1

 

 

Per 2 weken

0,170

4.1.2

 

 

Kalenderkwartaal*

1,08

4.1.3

 

 

Kalenderjaar*

3,311

 

*) abonnementstarief

**) Per bezoek wordt een minimumtarief in rekening gebracht van € 16,62

***) berekening vindt plaats op basis van volle eenheden

 

In deze tabel wordt verstaan onder:

dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uur, aanvangend om 0.00 uur;

week: een aaneengesloten tijdvak van 7 dagen;

kwartaal: een periode van 13 aaneengesloten weken;

jaar: een periode van 52 aaneengesloten weken.