Ga naar de inhoud Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Logo van Gemeente Vlissingen

Reglement op de Monumentencommissie 2011

Originele publicatie downloaden:
Link naar originele publicatie:
Type bekendmaking:
Overige besluiten van algemene strekking
Publicatiedatum:
vrijdag 6 juli 2018





Reglement op de Monumentencommissie 2011

 

 

  Reglement op de monumentencommissie 2011

    

Artikel 1 Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder:

  • 1.

    monumentencommissie: de commissie van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in de artikelen van de Monumentenwet 1988;

  • 2.

    college: het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen;

  • 3.

    de raad: de gemeenteraad van Vlissingen;

  • 4.

    gemeente: de gemeente Vlissingen;

  • 5.

    commissie: de monumentencommissie;

  • 6.

    advies: advies als bedoeld in art. 2.26, lid 3 en 4 van de Wet alge­me­ne bepalingen omgevingsrecht [Wabo], in combinatie met art. 6.2 lid 1 en 2 van het Besluit omgevingsrecht [Bor].

 Artikel 2 Taak

1. De monumentencommissie heeft tot taak, gevraagd of ongevraagd advies uit te brengen aan het college over:

  • 1.

    aanvragen voor omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder f en artikel 2.2, eerste lid onder b van de Wabo;

  • 2.

    de Monumentenwet 1988, de verordening, het monumentenbeleid;

  • 3.

    wijzigingen en vrijstellingen van de bestemmingsplannen of gedeelten daarvan waarvoor een aanwijzing als bedoeld in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 tot beschermd stads-of dorpsgezicht de toepassing van voorschriften omtrent de wel­stand, geldt;

  • 4.

    beeldbepalende panden als aangewezen in bestemmingsplannen op basis van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

  • 5.

    archeologische monumenten.

De monumentencommissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. Ten minste eenmaal per jaar vindt, ten be­hoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoor­diging van het gemeentebestuur en de monumenten­com­missie. Het verslag wordt in het eerste half jaar volgend op het jaar van verslagleg­ging voorgelegd aan de gemeente­raad.

 

Artikel 3 Samenstelling

  • 1.

    De monumentencommissie bestaat uit minimaal 3 en ten hoogste 5 leden. De leden van de monumentencommissie beschikken individueel of gezamenlijk over kwaliteiten en com­petenties op het gebied van de architectuur, van de monumentenzorg, van de bouw­historie en van de cultuurhistorie.

  • 2.

    De leden mogen geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn onder verantwoor­de­lijk­heid van een van de bestuursorganen van de gemeente Vlissingen.

  • 3.

    De leden worden benoemd door het college. Voor deze benoeming kan de monumen­ten­commissie een aanbeveling doen.

  • 4.

    De gemeentearchivaris kan de monumentencommissie gevraagd of ongevraagd advi­se­ren over de onderwerpen en taken die aan de monumentencom­missie zijn opgedragen.

  • 5.

    Het college ontslaat de leden van de monumentencommissie:

  • 6.

    op hun verzoek;

  • 7.

    wanneer zij wegens ziekte of gebrek blijvend ongeschikt zijn de functie te ver­vullen;

  • 8.

    bij aanvaarding van een ambt of betrekking, dat onverenigbaar is met het lidmaatschap van de monumentencommissie;

  • 9.

    wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn ver­oor­deeld, dan wel bij zulk een uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd, de vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

  • 10.

    wanneer zij ingevolge een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben ver­kre­gen of wegens schulden zijn gegijzeld.

  • 11

    De leden die op eigen verzoek tussentijds worden ontslagen, blijven de functie vervullen tot in de vacature een opvolger is benoemd.

  • 12

    De leden van de monumentencommissie ontvangen voor de uitvoering van hun werk­zaam­heden een vergoeding. Deze vergoeding is van toepassing op de leden die aan een vergadering van de monumentencommissie deelnemen. De vergoeding bedraagt € 93,07 per uur [per 1 jan. 2018]. De hoogte van de vergoeding wordt elk jaar aangepast met het loonstijgingspercentage volgens de cao voor architectenbu­reaus. De vergoeding van de reiskosten die de leden moeten maken om aan de verga­de­ringen van de commissie deel te nemen bedraagt het bedrag dat op grond van de geldende belasting­wet­geving onbelast vergoed kan worden.

 

Artikel 4 Secretariaat

  • 1.

    De monumentencommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, daartoe aan­ge­wezen door het college.

  • 2.

    Het college kan één of meer ambtenaren als adjunct-secretaris aanwijzen.

 

Artikel 5 Zittingsduur

De zittingsduur van de leden van de monumentencommissie bedraagt maximaal drie jaar.

De leden van de monumentencommissie kunnen na afloop van de zittingsduur onmid­dellijk worden herbenoemd.

  • 1.

      Het lid dat in een tussentijdse vacature is benoemd, heeft zitting tot het tijdstip waarop degene in de plaats waarvan hij of zij is benoemd, zou moeten aftreden.

  • 2.

     Een benoemingsboekhouding wordt opgezet en bijgehouden door de secretaris van de monumentencommissie.

 

Artikel 6 Werkwijze

  • 1.

    De monumentencommissie vergadert voor een goede uitvoering van de in artikel 2, lid 1, bedoelde taak zo vaak als nodig is en voorts zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of indien een van de andere leden het verlangen daartoe onder opgaaf van redenen aan de voorzitter van de monumentencommissie ken­baar maakt. Indien een vergadering is gevraagd wordt zij binnen een week gehou­den.

  • 2.

    De monumentencommissie kan slechts beraadslagen en besluiten, indien ten minste drie leden aanwezig zijn.

  • 3.

    vervallen.

  • 4.

    Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel opnieuw een vergadering. Op deze vergadering is het tweede lid niet van toepassing.

  • 5.

    In de vergadering van de monumentencommissie hebben de leden elk een stem.

  • 6.

    De besluiten van de monumentencommissie worden genomen bij meerderheid van stem­men. Indien bij het nemen van een besluit over een zaak door geen van de leden stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Voor het tot stand komen van een besluit bij een stemming wordt de vol­strek­te meerderheid vereist van de leden die aan de stemming hebben deelgenomen. Bij een schriftelijke stemming worden de leden, die blanco briefjes hebben ingeleverd, geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.

  • 7.

    vervallen.

  • 8.

    De voorzitter draagt zorg voor oproeping van de leden onder mededeling van de voor de vergadering vastgestelde agenda. De agenda wordt ten minste twee werkdagen voor het houden van de vergadering aan de leden bezorgd.

  • 9.

    Alle opdrachtgevers/ontwerpers van bouwplannen, eigenaren van panden hebben spreek­recht tijdens de vergadering. Indien opdrachtgevers/­ont­wer­pers bij de behande­ling aanwezig willen zijn en gebruik willen maken van het spreek­recht, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij Bouw- en woningtoezicht. De secretaris zorgt voor de uitnodigingen.

  • 10.

    De monumentencommissie kan, de aanvrager van een vergunning, ontheffing of vrij­stel­ling of de ontwerper van een te beoordelen plan in de gelegenheid stellen dit ten over­staan van de monumentencommissie toe te lichten.

  • 11

    De leden van de monumentencommissie onthouden zich van deelneming aan de be­raad­slagingen en aan de besluitvorming omtrent enige zaak, indien er hunnen aan­zien feiten of omstandigheden bestaan waardoor hun onpartijdigheid schade zou kun­nen lijden.

  • 12

    De aanvrager heeft het recht om een nog niet formeel aangevraagd bouwplan in een vooroverleg met de monumenten­commissie toe te lichten en te bespreken. De secretaris maakt een verslag op van het vooroverleg.

 

Artikel 7 Verslaglegging

  • 1.

    De secretaris maakt aantekeningen van het verhandelde in de vergadering van de mo­nu­mentencommissie en maakt een verslag op.

  • 2.

    Het verslag vermeldt:

  • 3.

    de namen van de leden van de monumentencommissie, die aanwezig zijn;

  • 4.

    de namen van de in de vergadering verschenen adviseurs en belanghebbenden;

  • 5.

    een zakelijke weergave van het in de vergadering behandelde;

  • 6.

    het door de commissie uitgebrachte advies.

  • 7.

    Het verslag wordt voor de eerstvolgende vergadering aan de leden van de monumen­ten­commissie toegezonden.

  • 8.

    Het verslag wordt in deze vergadering van de monumentencommissie aan de orde ge­steld en vastgesteld. Na vaststelling wordt het verslag op de internetpagina van de gemeente ge­plaatst.

 

Artikel 8 Advisering

  • 1.

    De monumentencommissie stelt zoveel mogelijk over de haar om advies voorgelegde zaken in haar eerstvolgende vergadering een advies op. De monumentencommissie brengt in ieder geval binnen een zodanig termijn advies uit, dat het college binnen de termijnen genoemd in de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omge­vingsrecht, de bouwverordening en de Algemene wet bestuursrecht tijdig een beslissing kan nemen.

  • 2.

    De monumentencommissie kan een werkgroep instellen die uitsluitend de voorbereiding van de door haar uit te brengen adviezen verzorgt. De werkgroep heeft tot taak de mo­nu­mentendeskundigheid bij te staan of te ondersteunen door middel van veldwerk, be­zich­tiging, verzamelen van gegevens en documentatie, kort bouwhistorisch onder­zoek, e.d.. De monumentencommissie adviseert het college over de hiervoor in te zetten on­der­steuning. Een werkgroep bestaat uit maximaal 3 leden. Het bepaalde in artikel 3, lid 7, is op het uitvoeren van de werkzaamheden van de leden van de werkgroep van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De monumentencommissie brengt haar adviezen schriftelijk uit aan het college.

  • 4.

    De uit te brengen adviezen zijn met redenen omkleed, tenzij zij strekken tot onvoor­waar­delijke goedkeuring van een aan de monumentencommissie voorgelegd plan. Bij niet (geheel) positieve adviezen geeft de commissie de richting aan waarin het bouwplan aangepast moet worden om wel voor een positieve beoordeling in aanmerking te kun­nen komen.

  • 5.

    Indien de minderheid dit verlangt, maakt de monumentencommissie bij het uitbrengen van adviezen tevens de opvatting van de minderheid kenbaar.

 Artikel 9 ToezichtHet college is belast met het toezicht op het functioneren van de monumenten­com­mis­sie.De monumentencommissie verstrekt alle door het college verlangde inlichtingen be­treffende haar werkzaamheden.  

Artikel 10 Wijziging reglement

Dit reglement wordt niet gewijzigd dan nadat de monumentencommissie over het voorstel

haar zienswijze heeft gegeven.

 

Artikel 11 Intrekken oude regeling

Het Reglement op de monumentencommissie 2004, vastgesteld bij besluit van de

gemeenteraad van 3 maart 2004, wordt ingetrokken bij inwerkingtreding van het Reglement

Welstandscommissie Vlissingen 2011.

 

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking zes weken na de bekendmaking daarvan.

 Artikel 13 Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement op de Monumentencommissie 2011 ”.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 mei 2018,

de raad van de gemeente Vlissingen,

de griffier, de voorzitter,

   

mr. F. Vermeulen drs. A.R.B. van den Tillaar