Hoe gaat het opstellen van zo'n bestemmingsplan in de praktijk? Allereerst geeft het gemeentebestuur opdracht om een bestemmingsplan te maken of een bestaand plan te herzien. Dat kan zijn, omdat een bepaald stuk grond nog in ontwikkeling moet worden gebracht en nog geen bestemming heeft. Maar het kan ook zijn omdat burgemeester en wethouders in een bepaald gebied ongewenste ontwikkelingen willen tegengaan, of juist gewenste ontwikkelingen willen stimuleren. Soms gebeurt het ook wel dat een bestemming herzien wordt, omdat een burger of een bedrijf daarom vraagt. Daarnaast is er de verplichting in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen om bestemmingsplannen éénmaal in de 10 jaar te herzien. De gemeente heeft een plan van aanpak tot 2013 om alle bestemmingsplannen tijdig te actualiseren.
De voorbereiding
Planologen, stedenbouwkundigen en juristen zullen het gebied waarvoor een (nieuw) bestemmingsplan moet komen, eerst grondig bestuderen. Deze fase is met name bedoeld om de bestaande situatie, wensen en ideeën te inventariseren. Is dit eenmaal gebeurd, dan wordt begonnen met het opstellen van een concept-bestemmingsplan. Bij het opstellen van zo'n concept wordt ook verder uitgezocht of de gewenste ontwikkelingen haalbaar en betaalbaar zijn. Is het bijv. wel financieel verantwoord om in een bepaald gebied woningen te bouwen? Zijn er ook milieuzaken, verkeersaspecten, archeologische waarden of natuurwaarden, waarmee rekening gehouden dient te worden?
De inspraak
Als het voorbereidingstraject afgerond is, neemt het college van burgemeester en wethouders een beslissing of zij het bestemmingsplan vrijgeven voor inspraak. Inspraak is verplicht op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. Het plan wordt met die beslissing ter kennisname aangeboden aan de raadscommissie ruimtelijke ontwikkeling en havens.
Op grond van die inspraakverordening wordt een bestemmingsplan gepubliceerd in De Faam en gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegd in de hal van het stadhuis. Tevens wordt het op internet geplaatst, waar het digitaal is te raadplegen (www.vlissingen.nl/bestemmingsplannen). Inwoners, maar ook organisaties en instellingen wordt gevraagd wat ze van het concept-bestemmingsplan vinden. Alle ideeën en op- en aanmerkingen, die naar voren worden gebracht, zullen worden bestudeerd en, indien mogelijk, in het ontwerp-bestemmingsplan worden verwerkt. Iedereen, die een reactie heeft ingezonden, krijgt bericht van wat de gemeente er mee gedaan heeft en hoe de procedure wordt vervolgd.
Ook moet advies gevraagd worden aan provinciale diensten en andere overheidsinstellingen (het zgn. vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening). Hun reactie moet ook in het bestemmingsplan worden opgenomen.
Zijn de inspraakreacties en de reacties uit het overleg met andere diensten en instellingen verwerkt, dan heet zo'n plan voortaan ontwerp-bestemmingsplan.
De vaststelling
Het ontwerp-bestemmingsplan wordt daarna op grond van de Wet ruimtelijke ordening opnieuw zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kunnen, net als bij de inspraakfase, inwoners, organisaties en instellingen bij de gemeente en op internet kennisnemen van wat er gaat gebeuren of mogelijk wordt gemaakt in een bepaald gebied. Tevens kan men kennisnemen van de wijze waarop de meningen zijn verwerkt. Hiertoe wordt men wederom uitgenodigd via een advertentie in de Faam, via de website en in dit geval ook via een publicatie in de Nederlandse Staatscourant.
Iedereen die het niet eens is met het bestemmingsplan kan binnen deze periode van een schriftelijke zienswijze indienen bij de gemeenteraad.
Na afloop van de periode van zes weken is de gemeenteraad aan zet. De gemeenteraad moet binnen twaalf weken en beslissing nemen over vaststelling van het ontwerp-bestemmingsplan. Overigens is dit een zgn. termijn van orde, ook na het verstrijken van die termijn blijft de gemeenteraad bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan vindt behandeling in de raadscommissie ruimtelijke ontwikkeling en havens plaats. De gemeenteraad neemt daarna een beslissing over de vaststelling van het ontwerp-bestemmingsplan, waarbij de raad gemotiveerd ingaat op de zienswijzen. De gemeenteraad kan afwijken van het voorstel van burgemeester en wethouders of kan zelfstandig besluiten om bepaalde onderdelen het bestemmingsplan anders (gewijzigd) vast te stellen.
Beroep
Binnen twee weken (of zes, indien Gedeputeerde Staten of de VROM-inspecteur een zienswijze zou hebben ingediend) na vaststelling legt de gemeente het plan opnieuw gedurende zes weken ter inzage. Dit wordt eveneens aangekondigd in de Faam, in de Staatscourant en via de gemeentelijke website. Diegenen die eerder bij de gemeenteraad een zienswijze kenbaar hebben gemaakt tegen het ontwerpbestemmingsplan, kunnen in de bovengenoemde periode van zes weken bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep aantekenen, met dien verstande dat zij tevens belanghebbende moeten zijn. Tevens kunnen degenen, die een beroep hebben aangetekend, tevens een verzoek om voorlopige voorziening (ook wel genoemd een schorsingsverzoek) indienen bij de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak.
Als blijkt dat gedurende de hierboven genoemde termijn van zes weken geen beroep is aangetekend, dan treedt het bestemmingsplan in werking. Is er wel beroep aangetekend, dan treedt het plan ook in werking, tenzij een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend en treedt het plan pas in werking als de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak op dit verzoek heeft beslist. Wijst hij het verzoek af dan treedt het plan in werking (maar is nog niet onherroepelijk, omdat eerst nog op het beroepschrift moet worden beslist). Wijst hij het verzoek daarentegen toe, dan treedt het plan niet in werking: het is dan geschorst, totdat op het beroep is beslist.
De afhandeling van een beroep dient binnen twaalf maanden te geschieden. Overschrijding van deze termijn heeft overigens geen rechtsgevolgen.
Maandag, dinsdag, woensdag
vrije inloop: 8.30 - 12.00 uur
op afspraak: 12.00 - 17.00 uur
Donderdag
vrije inloop: 8.30 - 12.00 uur
op afspraak: 12.00 - 16.00 uur
vrije inloop: 16.00 - 19.00 uur
Vrijdag
vrije inloop: 8.30 - 12.00 uur
Telefonisch 0118-487000
Ma. t/m vr.: 8.30 - 17.00 uur
Servicepunt MEE Zeeland
Woensdag: 9.00 - 12.00 uur