Naar homepage Vlissingen.nl

Michiel de Ruyter

Portret Michiel de Ruyter

Michiel Adriaenszoon de Ruyter is op 24 maart 1607 geboren in Vlissingen. Vlissingen was toen ook al een echte havenstad. In en rond de havens was het een drukte van jewelste. Michiel was de zoon van een eenvoudige bierdrager. Dat hij later de bekendste zeeheld van de Nederlandse geschiedenis zou worden, kon zijn vader toen vast niet geloven. Want Michiel was als jongen heel ondeugend en school interesseerde hem niet. Hij was een echte vechtersbaas en werd van school gestuurd. Weet je dat hij zelfs een keer de toren van de Sint Jacobskerk heeft beklommen? Hardstikke gevaarlijk natuurlijk.

De familie Lampsin was een hele rijke Vlissingse familie die schepen maakte. Michiel heeft daar een tijdje als touwslagersjongen gewerkt. Een touwslagersjongen moet aan een rad draaien om touw te winden. Die touwen werden gebruikt op zeeschepen. Daar komt het liedje “in een blauwgeruiten kiel” vandaan.

Hierna ging Michiel als elfjarig jongetje voor het eerst als bootsjongen naar zee. Een bootsjongen is een soort matroos die op een schip leert hoe alles op zee in zijn werk gaat. Stel je voor dat jij nu als elfjarige op een groot schip zonder je familie heel lang van huis weg bent. Dat is toch best wel een eng idee. Tijdens een van de zeetochten werd de jonge Michiel zelfs een keer gevangen genomen door kapers. Hij wist toen met twee vrienden te ontsnappen door in zee te duiken. Hij liep toen in een paar weken uit Spanje terug naar Vlissingen. Wat een avontuur. Op zijn veertiende ging Michiel meevechten in het leger van Prins Maurits. De zee riep hem snel weer. Vanaf zijn vijftiende ging hij weer varen op een oorlogsschip.
 

Michiel de Ruyter (Bron: Gemeentearchief)

Avonturen op zee
Toen begonnen de zeeavonturen voor Michiel pas echt! Er bestaat zelfs een verhaal dat Michiel een keer het dek van een schip insmeerde met boter. Kapers die het schip aanvielen, gleden natuurlijk gelijk op hun snufferd. De toen al moedige zeeheld ging op zijn zesentwintigste als stuurman varen op een walvisvaarder. Een paar jaar later kreeg hij voor het eerst de leiding over zijn eigen schip. Hij werkte toen nog steeds voor de familie Lampsin. Dit keer voer hij als kaperskapitein op een schip dat ‘Graeuwen Heynst’ heet. ‘Graeuwen Heynst’ is Zeeuws voor ‘grauwe of grijze hengst’. Een kaperskapitein is iemand die in opdracht van bijvoorbeeld een koning oorlogsschepen of handelsschepen aanviel.

Heel even ging Michiel de Ruyter weer bij de marine varen. Hij maakte een tocht om Portugal te helpen met een gevecht tegen Spanje. Later maakte hij met zijn eigen schip ‘de Salamander’ tochten naar Marokko en West-Indië. Hij verdiende veel geld door deze tochten en Michiel de Ruyter werd een rijk man.

Weet je dat Michiel totdat hij kaperskapitein werd misschien wel Trouwhand als achternaam had? Het is nog niet helemaal duidelijk of dit ook echt zo is. Iemand van het archief doet er onderzoek naar. Hij veranderde zijn achternaam in de naam zoals wij hem kennen. ‘De Ruyter’ komt van ‘ruiten’ of ‘roven’ vandaan. De Ruyter klinkt wel stoerder dan Trouwhand. Michiel is drie keer getrouwd geweest. De eerste keer op zijn 24e heel kort met Maria. Zij stierf tijdens de geboorte van dochter Alida. De tweede keer op zijn 29e met Cornelia Engels. Samen krijgen ze vier kinderen, waarvan de jongste zoon Engel heette. Maar vader Michiel is natuurlijk door zijn zeereizen bijna nooit thuis. Veertien jaar later overlijdt ook Michiel’s tweede vrouw en blijft hij achter met de kinderen. Twee jaar later op 45- jarige leeftijd trouwt hij voor de derde keer, met Anna van Gelder, de weduwe van een van de zonen van de familie Lampsin. Samen krijgen ze twee dochters. Na 34 jaar varen over vele wereldzeeën en veel geluk gehad te hebben, vond Michiel dat hij het wel eens wat rustiger aan kon gaan doen. Hij kocht een mooi huis aan de Nieuwstraat 13 achter het Bellamypark.
 

standbeeld Michiel de Ruyter

Oorlog!
Lang duurde dat rustige leventje niet. Er brak in 1652 oorlog met de Engelsen uit. De baas van de marine, de Zeeuwse Admiraliteit, vroeg aan Michiel de Ruyter of hij weer op een oorlogsschip wilde varen. Daar had hij eigenlijk helemaal geen zin in. Michiel de Ruyter kwam toch zijn plicht na en versloeg de veel sterkere Engelsen. In de volgende jaren bleef Michiel op oorlogsschepen van de marine vechten tegen verschillende vijanden. In de tussentijd verhuisd hij met zijn familie naar Amsterdam en werd hij admiraal. Toen hij een Deense stad had bevrijd, werd hij door de Deense koning tot een man van adel gemaakt. Michiel de Ruyter had natuurlijk niet alleen maar geluk, hij kende ook grote tegenslagen. Vaak leverde hij een zware strijd om een gevecht op zee of op land te kunnen winnen. Hij raakte heus wel eens gewond en hij werd ook wel eens ziek.

Tot 1676 heeft Michiel de Ruyter nog vele malen op oorlogsschepen gevochten in oorlogen tegen verschillende landen. Hij was bijna nooit thuis. Gelukkig werd hij ook beloond voor zijn overwinningen. Hij werd door het Engelse koningshof tot ridder geslagen. In 1676 vocht de beroemde en moedige zeeheld zijn laatste zeegevecht. Door een kanonskogel raakte zijn rechterbeen verbrijzeld en werd het voorste deel van zijn linkervoet er af geschoten. Op 29 april 1676 overleed de Ruyter en werd zijn lichaam terug gebracht naar Nederland. Hij werd deftig begraven in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Zijn graf is daar nog steeds te bezoeken.