De stad Vlissingen is al heel oud. Er wordt voor het eerst geschreven over een klein plaatsje in het jaar 620. Dat is al bijna 1400 jaar geleden. Maar Vlissingen bestaat al veel langer. Al 4400 jaar vóór Christus (dat is dus meer dan 6000 jaar geleden!) woonden er mensen op eilanden die later Zeeland en Walcheren werden.
Vanaf ongeveer het jaar 1000 ontstonden er op Walcheren steeds meer plekken waar mensen woonden. Vlissingen was één van die plaatsen waar mensen gingen wonen. Vlissingen was toen nog een klein dorpje dat aan de Westerschelde lag.
Willem III graaf van Holland en Zeeland
Willem III was vanaf 1305 de baas in Zeeland. Hij zag al snel dat Walcheren en vooral Vlissingen heel belangrijk waren. Willem III zorgde er al in 1296 voor dat er drie havens gegraven werden in Vlissingen. Van deze havens bestaat nu alleen de jachthaven nog. Die heette vroeger natuurlijk niet zo, maar werd de voorhaven genoemd. Daarachter lagen nog twee havens. Nu zijn dat het Bellamypark en de Spuistraat geworden. Vroeger lagen daar dus schepen.
 

Stadsrechten en een stadsmuur
Rond de nieuwe havens ontstond Nieuw-Vlissingen. Oud-Vlissingen lag rond het gebied waar nu de watertoren in de Badhuisstraat staat. Nieuw-Vlissingen groeide snel en kreeg in 1315 stadsrechten. Dat betekende dat Vlissingen zelf recht mocht spreken en dat er belastingen bij de burgers en de handelaren opgehaald mochten worden. Ook kon er daardoor een stadsmuur gebouwd worden, zodat de stad zichzelf kon beschermen tegen plunderaars en overvallers.
Maar een stadsmuur bouw je niet zo maar! Het duurde erg lang voor Vlissingen er een had. Daardoor kon de stad in 1485 binnengevallen worden door Sluizenaren. Er was in de tijd vaak ruzie tussen bepaalde steden. Vlissingen werd geplunderd. Dat betekent dat er heel veel gestolen en vernield werd. Dat was heel makkelijk omdat er nog geen goede muur was. Door de plundering wilde de baas van Vlissingen, Philips van Bourgondië, de stad versterken. Op zijn bevel werd er aan de kant van het land van Vlissingen een muur van grond gebouwd. Aan de kant van de zee kwam er een muur van steen. De gevangentoren is een onderdeel van die muur die nog steeds bestaat.
Tachtigjarige Oorlog
Tussen Nederland en Spanje begon rond 1567 de Tachtigjarige Oorlog. Spanje was in die tijd de baas in Nederland. De mensen in Nederland wilden veel liever zelf de baas zijn. De Spanjaarden wilden Nederland niet zo maar kwijt. Daarom stuurde de Spaanse koning in 1567 Hertog Alva naar Nederland om de opstand tegen te houden. De Nederlanders wilden niet meer luisteren naar de Spanjaarden. Alva had al snel in de gaten dat Vlissingen erg strategisch gelegen was. Doordat de stad direct aan de Westerschelde ligt, moeten schepen richting Antwerpen langs de stad Vlissingen varen. Antwerpen was in die tijd ook al een belangrijke havenstad. Daarom wilde hij in Vlissingen een dwangburcht bouwen. Dat is een groot kasteel waarmee hij de baas kon spelen over de Westerschelde en ook de Vlissingse inwoners. Vandaar dus de naam dwangburcht.
De burcht is nooit afgebouwd, omdat Vlissingen na een paar jaar terug vocht. Vlissingen volgde op 6 april 1572 het voorbeeld van Den Briel. De Waalse soldaten in dienst van de Spanjaarden, die in de stad gelegerd waren, werden eruit gegooid en Vlissingen was bevrijd van de Spanjaarden. De dwangburcht werd snel gesloopt.
Vlak na de bevrijding kwam een Spaanse edelman Vlissingen bezoeken. Hij werd opgepakt en als voorbeeld opgehangen. Dat is eigenlijk niet netjes, maar de bewoners van Vlissingen waren heel boos op de Spanjaarden. Don Pacheco was op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats zijn. Er is op het Bellamypark een plakkaat ter herdenking van deze gebeurtenis.
Vestingstad
Nadat Vlissingen zich van de Spanjaarden had bevrijd kon de stad eindelijk weer uitbreiden. Er werden nieuwe havens gegraven, vlak achter wat nu de Oranjedijk is. Deze dijk heet zo omdat in diezelfde tijd Willem van Oranje, die in die tijd de baas van Vlissingen was, bij de nieuwe havens een huis liet bouwen. Vlissingen werd een vestingstad, wat betekent dat er om de hele stad, dus ook het nieuwe deel, stadswallen gebouwd werden. Die waren bedoeld om de stad beter te kunnen verdedigen.
Door de nieuwe havens en de handel die Vlissingen dreef werd Vlissingen een rijke stad. De gouden eeuw zorgde ervoor dat een aantal Vlissingers erg rijk werd. Niet alleen door handel te drijven in Azië en Zuid Amerika maar ook door de kaapvaart en de walvisvaart. In 1607 werd Michiel de Ruyter geboren in Vlissingen. De Ruyter is nog altijd de bekendste Vlissingse zeeheld.
Franse overheersing
In 1785 werd er een verdrag gesloten met de Fransen. In die afspraak stond onder andere dat er een Frans garnizoen (groep soldaten) in Vlissingen gelegerd mocht worden. In het echt kwam het er op neer dat de Fransen de baas in Vlissingen werden. Dat was niet volgens de afspraak. Maar het had wel een eenvoudige reden.
Frankrijk was in oorlog met Engeland. Napoleon, die in die tijd de baas over heel Frankrijk was, wilde Vlissingen gebruiken als uitvalsbasis. Dat wil zeggen dat vanuit Vlissingen en Antwerpen de Franse schepen Engeland aan konden vallen. Napoleon heeft zelfs nog eens een bezoek gebracht aan Vlissingen, maar hij is niet lang gebleven.
In 1809 werd de dreiging van de vloot in Vlissingen voor de Engelsen te groot. Ze voeren uit met een groot aantal schepen. Met die schepen vielen ze Vlissingen aan vanaf zee. Bij die beschieting vielen veel doden onder de bevolking van Vlissingen. In totaal verloren 335 mensen het leven. Ook raakten erg veel gebouwen zwaar beschadigd. Het toenmalige stadhuis brandde zelfs helemaal af.
De Engelsen bleven niet lang in Zeeland, waardoor de Fransen snel weer terug kwamen. Om er voor te zorgen dat Vlissingen niet opnieuw gebombardeerd werd, werd de stad weer versterkt. Het plan was om nieuwe bastions (dat is een onderdeel van de verdedigingsmuur) te bouwen. De Fransen konden hun plannen niet afmaken, omdat Napoleon in 1814 verslagen werd. Vlissingen was heel arm geworden en de stad moest weer opnieuw opgebouwd worden.
 

Marinewerf
Er werd een marinewerf geopend in de stad, waar veel mensen een baan vonden. Hierdoor groeide het inwoneraantal van de stad snel. In 1860 woonden er ongeveer 10.000 mensen in Vlissingen. Het was moeilijk om voor al die mensen een huis te vinden. De problemen in de stad werden groter toen in dat jaar de marinewerf opgeheven werd en verplaatst werd naar Den Helder. Er veranderde in die tijd nog veel meer.
Het kanaal door Walcheren werd gegraven en kwam er een spoorverbinding met Bergen op Zoom. De stad werd uitgebreid, waardoor het vinden van een huis geen probleem meer was. Ook werden er nieuwe havens gegraven, waarna scheepswerf de Schelde zich in 1875 in de stad vestigde. Er kwamen daardoor veel meer banen. Ook kwam er in die tijd een scheepsverbinding met Engeland.
Toerisme
Door die verbinding werd het toerisme steeds belangrijker voor Vlissingen. In 1872 was er al een klein badpaviljoen gebouwd, maar toen in 1886 het Grand Hotel de Bains (Groot Badhotel) werd geopend werd toerisme echt belangrijk.
 

In 1906 en 1908 vonden er twee overstromingen plaats in Vlissingen. Daarna werd er besloten om een paar van de havens te dempen. Dat betekent dat ze dicht gemaakt werden. Alleen de buitenhaven (bij het station) en de jachthaven (bij het Arsenaal) bleven over. Toch bleef Vlissingen in die tijd groeien. Er kwamen steeds meer nieuwe huizen bij voor de nieuwe bewoners van de stad.
Van Woelderen
Toen meneer van Woelderen burgemeester van Vlissingen werd, vond hij dat Vlissingen zich niet op één ding moest richten. Bijvoorbeeld alleen toerisme. Hij vond dat Vlissingen moest uitgaan van drie dingen: Haven, Industrie en Badplaats. Hij heeft veel dingen voor elkaar gekregen, zoals een nieuw gemeentehuis en een schouwburg. Zijn plannen gingen niet door, omdat de Tweede Wereldoorlog begon.
WO II
Vlissingen werd als één van de laatste plaatsen van Nederland veroverd door de Duitsers. De stad werd in de Tweede Wereldoorlog 84 dagen lang gebombardeerd, waarbij veel gebouwen verwoest werden. Na de bevrijding in november 1944 begon de herbouw van de stad.
In 1966 kwamen de dorpen Oost-Souburg en Ritthem bij de gemeente Vlissingen. De stad bleef zich ontwikkelen en nog steeds staan er veel projecten op stapel. De stad kent nu ongeveer 45.000 inwoners.