Naar homepage Vlissingen.nl

Nog vijfduizenddriehonderdachtenveertig gedichten...

Het is alweer vrijdag. Ik logeer al bijna twee weken in de bibliotheek. Dat bevalt me goed. Wel moet ik soms ver reizen om ook op andere plekken in Nederland mijn werk te doen.

Kinderen uit Oost-Souburg stelden voor om op hun school ook een bed voor mij klaar te zetten, zodat ik ook daar kan slapen. Ik ben benieuwd of het er al staat. Ik zal binnenkort eens kijken als ik in de buurt ben. Misschien dat ik daar dan een nachtje blijf. Of misschien doe ik er overdag even een dutje als ik erg moe ben.

De Pieten zullen af en toe ook wel moe zijn. Ze ontvangen de kinderen, draaien rondjes op de banken en zingen samen met de kinderen liedjes, soms knoerhard.
Gelukkig heb ik tegenwoordig heel veel Pieten die me helpen. Overal heb ik wel een Piet voor en ze zijn niet altijd bij mij in de buurt. Nee, ze zitten overal in het land. Op mijn reizen door Nederland zie ik steeds weer andere Pieten. Ik ken ze allemaal, maar sommigen heb ik dan al een paar weken niet gezien. Er zijn zelfs Pieten die ik pas weer zie op de terugreis naar Spanje.

Vandaag is het droog, het zonnetje schijn. Het lijkt er op dat er naar me is geluisterd toen ik het gisteren over de regen en de zon had. Het is een goede dag om veel te doen. Eerst krijg ik weer bezoek. En later vandaag ga ik verder met mijn gedichten. Ik moet er nog zeker vijfduizenddriehonderdachtenveertig schrijven, dus ik ben nog wel even bezig.
De meeste gedichten type ik op de oude typemachine in mijn kamer in de bibliotheek. Maar af en toe sluip ik ’s nachts naar het kantoor en kruip achter een computer. Dan type ik mijn gedichten op zo’n hyper-de-pieper modern apparaat.

Het is vrijdag. Ik mag hier nog een week blijven. Ik denk dat ik dat maar doe, want het bevalt me hier goed.