Het gaat slecht met de huismussen in Nederland. Er is te weinig nestgelegenheid overgebleven in steden, die steeds meer aangeharkt raken. Bij de bespreking dit voorjaar van wijzigingen in de bouwverordening in Vlissingen heb ik de wethouder gevraagd te bevorderen, dat er in nieuwbouw ruimte voor nestgelegenheid voor mussen komt. De wethouder zou laten nazoeken of daar in andere gemeenten ervaring mee opgedaan is. Het verlate antwoord was, dat dat niet het geval is.
Als hij of een van zijn ambtenaren het woord vogelvide op Google had ingetikt, dan had hij kunnen zien, welke oplossingen er voor dit probleem zijn en ook, dat verschillende gemeenten, Vught en Zoetermeer bijvoorbeeld, hier werk van maken.
Geen van de Zeeuwse gemeenten heeft een wethouder voor dierenwelzijn, stond er in de krant. Het leidde op Omroep Zeeland tot een hevig debat. Ik denk maar zo, dat de wethouder, die de eerste paal heeft geslagen voor het nieuwe dierenasiel in Vlissingen, het collegelid is, dat aanspreekbaar is op dierenwelzijn. Daarom heb ik hem vandaag gevraagd om in de eerstvolgende vergadering van de commissie welzijn te vertellen, wanneer een herziening van de nota Dierenwelzijn te verwachten is. Die nota is op initiatief van GroenLinks in 2003 opgesteld en is nog steeds van kracht. Maar misschien is die wel aan herziening toe.
Toen er rond de Kerst klachten waren over de levende have in de kerststal op het Bellamypark heb ik daar vragen over gesteld aan de wethouder van economie en beheer. Die had de vergunning afgegeven.
De motie van D66 over een duiventil in de binnenstad kwam bij de zelfde wethouder terecht, omdat het ging om bestrijding van overlast van duivenpoep. GroenLinks heeft die motie ondersteund.
De zorg voor dierenwelzijn in Vlissingen moet een duidelijker gezicht krijgen.
Ton de Nooij, raadslid GroenLinks
www.zeelandnet.nl/weblog/data/groenelink