Dat het Gemeentearchief het papieren erfgoed van de stad Vlissingen beheert is geen bijzonderheid. Ook het archief van de voormalige gemeente Oost- en West-Souburg maakt daar onderdeel van uit.
Wat wel opmerkelijk genoemd mag worden is het feit dat de gemeentearchivaris zijn werkzaamheden verricht vanachter het bureau van de burgemeester van Souburg. In zijn werkkamer staan bovendien de boekenkast uit de burgemeesterskamer en de tafels uit de raadzaal van het voormalige gemeentehuis aan de Kanaalstraat.
Soberheid
Bij de inrichting van het Gemeentearchief in 1991 moest soberheid betracht worden. Men besloot daarom een deel van het Souburgse meubilair, dat keurig in het Vlissingse stadhuis stond opgeslagen, voor dit doel te gebruiken.
Enkele jaren geleden wist raadslid Dick Schinkel de originele burgemeestersstoel op de kop te tikken, die hij vervolgens op kosten van de Stichting Souburg Promotie netjes liet restaureren. Hij besloot de stoel aan het Gemeentearchief te schenken om daarmee het Souburgse meubilair te completeren.
In 1922 nam de Souburgse gemeenteraad een principebesluit om een nieuw gemeentehuis te bouwen ter vervanging van het gemeentehuisje aan het Oranjeplein. Pas 17 jaar later metselde burgemeester A.H.S. Stemerding de eerste steen van de nieuwe huisvesting aan de Kanaalstraat. In verband met de oorlogsdreiging besloot men geen officiële opening meer te laten plaatsvinden.
Extra lening
De Souburgse architect L.M. Naaktgeboren is geslaagd in de opzet een zekere soberheid te betrachten, hetgeen ook in het interieur tot uitdrukking kwam. Om de onderhoudskosten zo laag mogelijk te houden koos hij ondermeer voor stalen ramen en eiken parketvloeren. Deze zouden langer meegaan en bovendien zeil uitsparen. Voor het meubilair moest echter een extra lening worden afgesloten. Een groot deel werd besteld bij Du Fossé’s Meubelfabriek in Sluis. In de rekening, die netjes in het archief bewaard is gebleven, lezen we bijvoorbeeld dat het burgemeestersbureau 85 gulden heeft gekost. De bijbehorende stoel, voorzien van verende zitting en het gemeentewapen kostte 28,50 gulden. Voor de tafels in de raadzaal moest in totaal 180 worden betaald, exclusief de bewuste voorzittersstoel, die 22 gulden kostte.
Nu, bijna zeventig jaar later, staat dit erfgoed er nog geweldig bij. Zeker nu het onlangs werd gecompleteerd met de originele burgemeestersstoel.