Laat de tekst voorlezen met Readspeaker

Oudste archiefstuk jarig

Zegel

Oudste archiefstuk gemeentearchief binnenkort jarig

Op 10 april bereikt het oudste archiefstuk in het gemeentearchief van Vlissingen de respectabele leeftijd van vijfhonderd jaar. Wel even iets om bij stil te staan. Een stok oud document heeft namelijk recht van spreken, het heeft alles overleefd, staat in een lange traditie en is het tastbare bewijs van het bestaansrecht van een stad, dorp of gehucht.

Waar gaat dit document eigenlijk over. De in 1504 ingehuldigde heer van Vlissingen, Adolf van Bourdondië stelde in overleg met zijn tante Anna en oom Philips van Bourgondië het schrijfloon, dat gemoeid was met het afslaan en verkopen van vis in Vlissingen, in handen van Adolf Andriez, de zoon van Andries Andries, rentmeester-generaal Bewestenschelde en vertrouweling van Adolf van Bourgondië. Aan een dergelijk administratief ambt kleefden lucratieve inkomsten. Op het moment van de overeenkomst bezat Adriaen van Scoonhoven deze functie, pas na diens overlijden, zou Adolf Andriez kunnen beschikken over dit zogenaamde klerkschap.
De akte werd ondertekend met: ‘dit wert ghedaen upten thiensten dach van april anno vichtienhondert ende vive naer paesschen.’
Van de zegels in rode was is het zegel van Anna Van Bourgondië, vrouwe van Ravestein, verloren gegaan; de zegels van Adolf van Bourgondië, heer van Beveren en Vlissingen (links) en Philips van Bourgondië, heer van Blaton (rechter) zijn geschonden.
Het grappige aan deze oorkonde is de aanhef, waarin de letter A van Adolf enkele frappante tekeningetjes te zien zijn. Een transcriptie (vertaling) van het archiefstuk is hierbij opgenomen.

De akte is naar goed Middeleeuws gebruik geschreven op perkament, meestal gemaakt van de huid van een kalf, geit of schaap. De kwaliteit en preparatie van de huid bepalen in grote mate het behoud voor de lange duur. Bij dit charter – zo noemen we een akte, geschreven op perkament en voorzien van zegel(s) – is na de laatste geschreven regel het perkament een stukje teruggevouwd. Dit stukje noemen we de ‘pliek’, vervolgens zijn er drie inkepingen gemaakt, waar strookjes perkament doorgestoken werden, die voorzien zijn van een lakstempel. Zo werd voorkomen dat er later nog iets aan deze akte toegevoegd werd.

Die vijfhonderd jaar moeten we wel nuanceren. Middelburg en Vlissingen hebben zwaar te lijden gehad van het oorlogsgeweld; die lijdensweg trok ook haar sporen door de archieven van de beide steden. Het Fraaie Middelburgse archief ging verloren bij het bombardement van de stad in mei 1940. Voor Vlissingen was deze rampspoed al in 1809 geboren. Ook hier ging het stadhuis met haar geheugen in vlammen op. Oude documenten zijn dan ook een zeldzaamheid voor beide steden. Ons oudste stuk werd in 1894 gekocht op een veiling en is afkomstig uit de collectie van J. Fiévez te Brussel. Dit verklaard gelijk waarom dit archiefstuk in 1809 niet verloren is gegaan.

Andere oude Zeeuwse stukken
Kijken we over de gemeentegrenzen, dan wordt Vlissingen moeiteloos voorbijgestreefd door Veere, waar de jaarteller voor het oudste archiefstuk halt houdt bij het jaar 1348. Het gemeentearchief van Schouwen-Duiveland reist nog verder af in de tijd, en noteert het jaar 1275 met een privilege van Floris V voor de stad Zierikzee als oudste document. Goes doet een stapje terug en kent het jaar 1421 als oudste datum, het jaar waarop het timmerliedengilde uit de stad Reimerswaal zich met een akte present weet in het stadsarchief. Voor het oudste archiefstuk in Zeeland moeten we afdalen naar de charterberging van het Zeeuws Archief in Middelburg, waar in een op perkament geschreven akte de inwoners van Hoogelande in 1189 van de bisschop van Utrecht toestemming krijgen om een eigen parochiekerk te stichten. Eindelijk konden de dorpelingen van Hoogelande ook met droge voeten in de kerk komen en waren ze niet langer aangewezen op Middelburg.

Niet alles kan op het conto van verterende vlammen geschreven worden, achteloos en nonchalant beheer is minstens even debet aan wat verloren ging. Bij de inhuldiging van Willem V als erfheer van Vlissingen in 1766, werd een deel van het stadsarchief gebruikt om er papieren proppen van te maken, waarmee losse flodders konden worden afgeschoten. De oorkonde van de stadsrechten van Vlissingen uit 1315, was in de Middeleeuwen al volledig vergaan. Het verhaal wil dat door de inwerking van de zeelucht het stuk perkament uiteen was gevallen, ‘van outheyt seer verderfflic gheworden is’ lezen we in een oude bron. Van het eveneens aan de kust gelegen Westkapelle was de tekst van de stadsrechten uit 1223 ook al zwaar aangetast. Zeelucht was blijkbaar niet altijd gezond. De kwaliteit van het perkament, de berging en het dikwijls tevoorschijn halen van het stuk, zal natuurlijk van meer invloed zijn geweest op het verval. De oorkonde met de stadsrechten van Domburg, ook uit 1223 daterend, hield het in ieder geval minstens uit tot 17 mei 1940. Op die dag openden Franse troepen op kasteel Westhove, tussen Domburg en Oostkapelle een ijzeren kist met het daar opgeborgen stokoude document. Vanaf die tijd ontbreekt elk spoor.

zie ook
Gemeentearchief

Studiezaal
Ma. t/m do.: 9.00-16.30 uur

Telefonisch 0118-487331
Ma. t/m vr.: 9.00-16.30 uur